De klassieke school in de economie - pagina 62
Rede, gehouden bij de aanvaarding van het Ambt van Hoogleeraar in de Economie en de Statistiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
63 gratie, zooals dit in boek- en courantformaat verscheen. "Wie bekend is met de voorbereiding, welke het schrijven van een wetenschappelijk werk eischt, zal wel willen gelooven, dat de opzet van mijne dissertatie reeds lang voor hare verschijning vast stond. Ook Mr. de Vries zal wel willen aannemen, dat, lang voor het uitkomen zijner artikelen, door mij De gemeene gratie als de hoofdbron voor dit gedeelte van mijn slothoofdstuk werd beschouwd, waaruit ik moest putten. Welnu ik heb het gedaan, waar ik het leerstuk der gemeene gratie behandelde en wees op de leer der pura naturalia, die Dr. A. Kuyper ook in haar beteekenis voor het economisch leven schildert. Het beroep op hem heb ik steeds met nauwkeurige opgave van plaats laten vergezeld gaan, en er bestond niet de minste reden voor, om te vermelden, dat ook in de artikelenreeks in De Christen-Democraat naar Dr. Kuyper's geschriften verwezen werd. Eenigszins anders staat het met de gewraakte aanhaling van Spencer's beschouwingen over de Voorzienigheid. Het is mogelijk, dat ik, bij het lezen van de artikelen in de Christen-Democraat, aan dit hoofdstuk op nieuw ben herinnerd, hoewel mij The Study of sociology reeds lang bekend was. Waar ik nu Spencer opnieuw bestudeerde, nog op andere plaatsen van hem wees, (zie blzz. 324 en 325 van mijn proefschrift), dan die welke Mr. de Vries vermeldt, en bovendien, bij mijne zelfstandige bestrijding, nog de fout van Mr. de Vries vermeed, om nl. niet scherp genoeg tusschen de Voorzienigheid en den Raad Gods te onderscheiden, daar had ik wel kunnen mededeelen, dat ook in De ChristenDemocraat Spencer's verkeerde opvatting vermeld was, maar toch kan het nalaten daarvan mij onmogelijk als fout worden aangerekend. Immers vergis ik mij niet, dan bestaat in weten schappelijke kringen de regel, dat alleen dan vermelding moet plaats vinden van het feit, dat geciteerde werk en ook elders zijn aangehaald indien men het aangehaalde niet zelf onder de oogen had, of zoo de vermelde geschriften van groote zeldzaamheid zijn. Waar hier noch het een noch het ander het geval is, daar ga ik volkomen vrij uit. Mr. de Vries' opmerkingen over een gedeelte van mijn laatste hoofdstuk zijn hiermede beantwoord. Zijne aan merkingen, kunnen alleen hierop slaan. Het „enz. enz." had gevoegelijk achterwege kunnen blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1904
Inaugurele redes | 65 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1904
Inaugurele redes | 65 Pagina's