Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 41
Rede gehouden bij de aanvaarding van het ambt van hoogleeraar in de Semietische Talen en Letteren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
42 Deze wordt in Jesaja 2 : 2 (Micha 4 : 1 ) aangeduid als „de berg van het huis des Heeren." Doch daarbij vermijden beide profeten het gebruik van den naam „Sion", welke pas tegen het einde van 't volgende vers voorkomt in parallelisme met Jeruzalem. Maar wat in de canonieke boeken des O. T. niet voorkomt, dat vinden w e wel in de apocriefen. In I Macc. 4:36—38; 4 : 6 0 (cf. 6 : 5 , 7, 26) 5 : 5 4 ; 7 : 3 3 ; 14: 27 (cf. 14:48) is Sion niet synoniem met Jeruzalem, doch bepaaldelijk eene benaming van den Tempelberg. Dit „Sion" wordt cap. 10 : 11 uitdrukkelijk van de stad onderscheiden. En blijkens de geciteerde plaatsen moet ook aan dit „Sion" gedacht worden bij het fyog rofl UQO€ in cap. 13 : 52 en 16 : 20. Aangaande dit gebruik van den naam „Sion" in I Macc. is nu aanstonds duidelijk, dat het zich aansluit niet bij het prozaïsche, maar bij het poëtische spraakgebruik des Ouden Testaments, en dat het de verschuiving van het begrip „Sion" doorvoert tot een punt, waarop het in de canonieke boeken nog niet was aangekomen. In I I Macc. komt de naam „Sion" niet voor, en ook het Nieuwe Testament biedt voor ons onderzoek geene stof. Afgezien van eenige oudtestamentische aanhalingen vinden we daar den naam „Sion" alleen Hebr. 12:22 en Openb. 1 4 : 1 , en wel in zoodanigen zin, dat er geene topographische conclusies uit kunnen worden getrokken. Dat de naam „Sion" sedert Salomo's dagen uit het prozaïsche spraakgebruik verdween, zal mede hieraan moeten worden toegeschreven, dat hij verdrongen werd door de benaming „stad Davids", welke tot na de ballingschap vrij geregeld in de historische teksten voorkomt, n.1.: I I Sam. 5 : 7 , 9; 6:10, 12, 16; I Kon. 3 : 1 ; 8 : 1 ; 9 : 2 4 ; 11:27 (met de parallele plaatsen uit Chronieken) I I Chron. 2 4 : 1 6 ; 3 2 : 5 ; 3 3 : 1 4 ; Neh. 3:15, 16; 12:87. Afzonderlijk zij vermeld, dat in I Kon. 2 : 1 0 ; 1 1 : 4 3 ; 1 4 : 3 1 ; 1 5 : 8 ; 1 5 : 2 4 ; 2 2 : 5 1 ; I I Kon. 8 : 2 4 ; 9 : 2 8 ; 1 2 : 2 1 ; 14:20;
15:7;
15:38;
16:20
(met de parallele plaatsen uit
Chronieken); de „stad Davids" wordt genoemd als begraafplaats van alle koningen tot en met Achaz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1905
Inaugurele redes | 48 Pagina's