Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 33

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 33

Rede gehouden bij de aanvaarding van het ambt van hoogleeraar in de Semietische Talen en Letteren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

Salomo ook de andere zijden, althans de Zuidwestzijde, bemuurd hoeft. Maar dit staat er toch niet 43) De verschillende

uitdrukkelijk.

steensoorten, waaruit de HarAm-muur

bestaat worden door A . S o c i n en J. B e n z i n g e r in Baedekers „Palästina

und

Syrien" (1897, geciteerd door Mommert, a. w.

I I bl. 66) aldus gekarakteriseerd: fassungsmauer

betrifft,

„ W a s das Material der U m ­

so lassen sich

vier Arten

Bausteine

unterscheiden: 1. geränderte Quadern mit rauher, unbehauener Aussenseite; 2. geränderte Quadern mit glatter Aussenseite; 3. glatt gehauene, aber nicht geränderte Steine; 4. gewöhnliches Mauerwerk aus unregelmässigen Steinen". Terwijl inen nu deze laatste soort aan den Mohammedaanschen tijd toewijst, bestaat er

omtrent

de

eerste

drie soorten

belangrijk

verschil

van

dateering. De derde soort wordt door Soc in - B e n z i n g e r aan­ geduid als „mittelalterl. Teil der Haram-Umfassungsmauer"

en

toegeschreven aan .lustinianus, door M o m m e r t echter t. a. p. bl. 67) aan Hadrianus, omdat er van Hadrianus tot Justinianus geen vijand voor Jeruzalem heeft gelegen en de geschiedenis ook niets meldt van muurreparatien door Justinianus. Hoe dit zij, van meer

belang

voor de Israëlietische en de bijbelsche

archaeologie is het verschil, dat bestaat omtrent de beide eerste steensoorten.

Vrijwel is men het erover eens, dat ze tot ééne

bouwperiode

behooren

en alleen tot , decoratieve

doeleinden

elkander afwisselen. Maar tot welke periode behooren ze dan? Steunende op Josephus hebben archaeologen als D e W e t t e — Raebiger

(a.

Haneberg

(Die religiösen Alterthümer

J.

G. Cotta'sche

w.

bl.

Buchh.

329—330),

Dan.

Bonifacius

von

der Bibel, München,

1869, bl. 218 seq.), S c h e g g (a. w.

bl. 438) en ook, schoon minder beslist, K e i l (a. w . bl. 183—134) den muurbouw graphen

aan

Salomo toegeschreven, en evenzoo topo-

als R o b i n s o n ,

S e p p (beide geciteerd bij Mommert,

a. w. I I bl. 113—114), C h a r l e s W a r r e n (Underground Jeru­ salem, London, Richard Bentley and Sons, 1876, bl. 61) en vooral Mommert

zelf

(t. a. p. bl. 112—122). Daarentegen wordt de

ommuring aan Herodes den Groote toegeschreven door G. R o s e n (Das Haram von Jerusalem, 1866, bl. 1, geciteerd bij Mommert,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1905

Inaugurele redes | 48 Pagina's

Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 33

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1905

Inaugurele redes | 48 Pagina's