Omvang en invloed der Zuid-Nederlandsche immigratie van het laatste kwart der 16e eeuw - pagina 57
Rede ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
OMVANG
EN INVLOED DER ZUID-NED.
IMMIGRATIE.
55
past — de immigratie er wel toe brengen zóó volledig de geheimenvan haar wezen te onthullen, dat allen het er over eens raken. Mij dus tot een thetische uiteenzetting van eigen gevoelen bepalend vat ik dan den inhoud van ons geheele onderzoek tenslotte samen in het oordeel, dat wij aan de komst der Vlamingen en Brabanders in hoofdzaak vier dingen te danken hebben gehad. N.l. cultuurverfijning; reactie tegen de, onder onze vaderen zoo sterke rivalités de clocher; bevestiging van den invloed, die in ons volksleven is geoefend door het calvinisme en bewaring van de Kerk. Over de laatste drie dier punten behoef ik zeker wel niet veel te zeggen. Herinnert U slechts hoe de immigranten tegenover het particularisme van Holland hun steun aan de Unie verleenden. Hoe zij, als contra-remonstranten, tot de meest toegewijden hebben behoord. En hoe de libertijnsche partij, zoo dikwijls zij de vrijheid der Kerk aanviel, die vooral door hen hardnekkig zag verdedigd. Dan stemt ge het mij zonder meer volmondig toe: ja, zoowel die Kerk en dat calvinisme als onze nationale eenheid hebben in hen zulke trouwe paladijnen gehad, dat zij zeker niet het minst door hen geweest zijn wat zij waren. Wel echter is nog een enkele toelichting noodigbij het eerste, dat ik noemde. Wat zijn die Noord-Nederlanders uit de tweede helft der 16e eeuw, waarover ik zoo veel heb moeten spreken, toch eigenlijk voor menschen geweest? Omdat een Hollander in dien tijd bijna altijd „bot" heet, heeft men wel gemeend, dat een soort lompe lummelachtigheid voor lief en leed met hen verbonden was. Terecht? Ik aarzel niet het te ontkennen. Of dat „bot" eigenlijk toch ook niet meer ter aanduiding van zekere naïveteit, van een min of meer sukkelige goedheid, heeft moeten dienen naar de bedoeling van degenen, die het gebruikten, dan om op zulken onbeschoften stompzin te wijzen, zij nu maar daargelaten ). Maar wel vraag ik: mag men nu waarlijk 1
*) In Hosea 7 : 1 1 geeft de Statenvertaling „botte" duif ter overzetting van een woord, dat saamhangt met den stam „misleiden", en licht in de kantteekening dan ook op deze manier toe: „domme, eenvoudige, simpele; omdat men ze verlokken, verleiden en bepraten kan".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1918
Inaugurele redes | 66 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1918
Inaugurele redes | 66 Pagina's