Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

De beteekenis der wetsidee voor rechtswetenschap en rechtsphilosophie - pagina 6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De beteekenis der wetsidee voor rechtswetenschap en rechtsphilosophie - pagina 6

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

Hoogeerzame Heeren Directeuren onzer Vereeniging, Hoogachtbare Heeren Curatoren dezer Hoogeschool, Hooggeleerde Heeren Hoogleeraren, Zeergeleerde Heeren Doctoren in de wetenschap, Weleerwaarde Heeren Bedienaren des Woords, Dames en Heeren Studenten, En voorts gij allen, die opkwaamt om deze plechtigheid met uwe tegenwoordigheid te vereeren, Zeer gewenschte toe/lOorders I Inleiding. Een scherpzinnig denker uit de 17de eeuw, stelde zich eens de vraag hoe het komen mocht, dat op het gebied der mathematische wetenschap het logisch denken tot zulke onaantastbare en door ieder aanvaarde resultaten voerde, terwijl op het gebied van religie, politiek, moraal en rechtsleer een ware oorlogszêine bleef bestaan, waarin de meest tegenstrijdige beschouwingen en opvattingen om den prijs der erkenning als absolute waarheid kampen. Het antwoord luidde: omdat op het gebied der mathesis de waarheid en het belang der menschen niet tegenover elkander staan. Doch laat de rede haar souvereine gelding opeischen op het terrein van religie, moraal en recht, en aanstonds stoot ge op een instinctief verzet, een onverwinnelijke tegenspraak. "Want", zoo besluit onze schrijver, "zoo vaak de rede tegen een mensch is, zoo dikwijls zal de mensch tegen de rede zijn".1) Een merkwaardige conclusie inderdaad, die veel dieper perspectieven opent, dan de schrijver zelf van uit zijn humanistisch rationalisme heeft vermoed. Want hier vindt ge, zeker tegen de bedoeling van den schrijver, in zeer scherpen vorm, de innerlijke tegenstrijdigheid, de innerlijke antinomie geformuleerd, die ee.n geheel type van levens- en wereldbeschouwingen, trots al haar bonte schakeering, als een geestelijke krankheid doorwoelt. Inderdaad, de menschheid had er een eminent, een alles overheerschend belang bij, dat het mathematisch denken, door de opkomende humanistische levens- en wereldbeschouwing ten troon verheven, zijn zegetocht zou staken voor het domein van haar hoogste, haar heiligste, haar meest persoonlijke goederen. Wat meer zegt - en zie daar de kern der antinomie, waarop ik U wil wijzen - het humanisme zelve werd door het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1926

Inaugurele redes | 114 Pagina's

De beteekenis der wetsidee voor rechtswetenschap en rechtsphilosophie - pagina 6

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1926

Inaugurele redes | 114 Pagina's

PDF Bekijken