Psychiatrie en wereldbeschouwing - pagina 21
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
21 gische en wijsgeerige wetenschappen, afgeleid u i t onze beginselen, zijn neergelegd i n het t h e ï s t i s c h creatianisme met de d a a r u i t voortvloeiende leer v a n de onsterfelijkheid, waarbij aan de menschelijke z i e l een eigen oorsprong en toekomstig lot wordt toegekend. H e t ontbrak i n den loop der tijden niet a a n pogingen, om d i t beginsel te verdiepen en nader toe te l i c h t e n . Somm i g e n onderscheiden het psychische en de ziel, anderen de z i e l en den geest, weer anderen de ziel en de persoonlijkheid of het „ I k " . C a l v i j n ) spreekt over de ziel als den onsterfelijken geest, w a a r i n hij het verstand en den w i l onderscheidt. „ D e taak des verstands is", volgens C a l v i j n , „ o m onderscheid te m a k e n tusschen de zaken, die den mensen voorkomen, n a a r dat het aan het verstand toeschijnt, dat iedere zaak p r i j z e n s w a a r d i g of te l a k e n z i j ; en de taak v a n den w i l , om te v e r k i e z e n en te volgen, hetgeen v a n het v e r s t a n d voor goed gekend, daarentegen om te verachten en te v l i e d e n , hetgeen als k w a a d veroordeeld w o r d t " ; wat voorts de functies i n het psychische betreft, daarover heeft hij geen 'eigen beschouwingen, doch „ l a a t het", o m weer zijn eigen woorden te gebruiken, „ o v e r a a n de philosophen, dat ze v a n de k r a c h t e n en de w e r k i n g e n der z i e l s c h e r p z i n n i g disputeeren en handelen." E n hierover voortgaande, zegt h i j : „ i k beken, dat die dingen, die zij dienaangaande leeren, w a a r a c h t i g en niet alleen v e r m a k e l i j k m a a r ook profijtelijk zijn, om geweten te worden en daartoe ook behendig zijn gevonden en samengesteld, en i k w i l v a n de studie en oefening d a a r v a n de weet- en l e e r g i e r i g e n niet afhouden. ) 1
2
W a t n u door C a l v i j n ziel wordt genoemd, wordt door anderen aangeduid met het woord „ g e e s t " . J . W oltjer ) noemt de z i e l het geheele onstoffelijke wezen v a n den mensen en d a a r i n is de geest het hoogere, drijvende, het actieve. H . B a v i n c k noemt den geest het beginsel, de k r a c h t en de ziel den zetel, het subject des levens, t e r w i j l W a t e r i n k , die dezelfde onderscheiding maakt, spreekt v a n psyche en Ik. W e moeten d a n ook bij het geb r u i k v a n het w o o r d „ziel" wel weten, wat daardoor wordt aangeduid. Bedoelen we het psychische als de levensfunctie, die aan het somatische zoodanig gebonden is, dat de conceptie v a n een psychophysisch p a r a l l e l i s m e alle recht v a n bestaan heeft, en is dat heel iets anders, dan wanneer we spreken over de ziel als het p r i n c i p i u m p r i m u m en het correlaat v a n heel het innerlijk gebeuren. M a a r spreken wij d a n over de ziel als het allesomvattende, dan bedoelen wij daarmee een integratie, i n de o n t p l o o i i n g v a n de menschelijke persoonlijkheid, waarbij i n het i n d i v i d u e e l somato-psychische de n o ë t i s c h e persoonlijkheid als redelijk zedelijk wezen gehypostaseerd is. T
3
Institutie. (Vertaling Corsmannes, Landwehr, Bottenburg. Amsterdam). ) Institutie 1—15—6. ) Wetenschap van den Logos. 2 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928
Inaugurele redes | 27 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928
Inaugurele redes | 27 Pagina's