Vijf-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 36
XXXIV
gerezen, of er niet een weg ware in te slaan, waarop de vrede kon bewaard, het beginsel gehandhaafd worden en het recht der kerken onaangetast bleef. Zou het mogelijk zijn, dat de moeilijkheid in dezer voege werd opgelost, dat aan de Vrije Universiteit de beoefening der wetenschap bleef, en de ambtelijke vakken werden overgelaten aan de Theologische School? Het woord wordt nu gevraagd door Dr. Van Lonkhuyzen, uit Amerika, die zegt zich gedrongen te voelen om uiting te geven aan wat leeft in zijn hart. Hoewel in Amerika zijn arbeid vindende, gevoelt hij hier tot de broeders te behooren, en 't deed hem leed, dat hij de vergadering thans minder druk bezocht vindt, dan hij dit voorheen placht'te zien. Laat ieder van de vrienden der Vrije Universiteit zijn gaven en krachten geven ten dienste der Hoogeschool; en laat men vooral de noodzakelijkheid der hoogere eenheid niet uit het oog verliezen. De Vrije Universiteit heeft een roeping voor heel de wereld te vervullen; daaraan dient onverpoosd gearbeid. Thans is het woord aan Prof. H. H. Kuyper voor repliek. De inleider is van oordeel, dat hij aan de heeren Dr. Aalders, Bergmeijer en Dr. Van Lonkhuyzen slechts heeft dank te brengen voor de vriendelijke woorden, tot ondersteuning van het door hem gesprokene geuit. Hij stelt hun optreden op zeer hoogen prijs, vooral dat van Dr. Aalders, die getoond heeft niet alleen met woorden, maar ook met de daad, hoe sterk de liefde is, die voor de Vrije Universiteit woont in zijn hart. Wat de opmerking van Ds. Hofstede aangaat over de vraag, om met bewaring van den vrede in de kerken een oplossing te zoeken voor de quaestie der opleiding, spreker dankt hem voor zijn belangstelling en herinnert er aan, dat hij als redacteur van „De Heraut" een oplossing als door Ds. Hofstede bepleit reeds had aan de hand gedaan. Maar men weigerde die te aanvaarden. Men heeft van de zaak een principieele quaestie gemaakt, en waar dit karakter er aan gegeven is, kan van toegeven natuurlijk nimmer sprake zijn, hoezeer spreker den vrede zou willen handhaven. Mr. Heemskerk resumeert in enkele woorden het gesprokene, en doet uitkomen, dat de bewering onjuist is, als zou de Vrije Universiteit de Theologische School willen zien verdwijnen. Dat wenschtzij niet; maar het is noodzakelijk, dat de Vrije Universiteit blijve arbeiden voor geheel het terrein der wetenscha,p. Aan inleider en debaters brengt spreker dank en aan allen, die met zoo groote belangstelling de debatten hebben gevolgd. De heer W. Hovy dankt den heer Mr. Heemskerk voor de bezieling van de vergadering en spreekt er zijn bli^jdschap over uit, dat de oud-minister dezen dag de leiding had; daarna werd de meeting na het zingen van Ps. 72: 11 gesloten. Een paar uur later zaten overeen 150 bezoekers en bezoeksters van de Jaarvergadering aan een gemeenschappelijken maaltijd. Het prachtige zomerweer maakte het ditmaal mogelijk, in de ruime veranda te tafelen. Mr. Heemskerk presideerde de tafel en deed daar mededeeling van het volgende telegram:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915
Jaarboeken | 258 Pagina's