Vijf-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 33
XXXI D B MEETING.
Des namiddags te 2 uur was de schare weer bijeen; thans om te luisteren naar de rede van Prof. Dr. H. H. Kuyper over: „Het recht en belang van de Vrije Universiteit." Spreker begon met er op te wijzen, dat het eenigermate bevreemden kon, dat thans, nu de Vrije Universiteit reeds vier en dertig jaar had bestaan, nogmaals een pleidooi moet worden gehouden voor haar recht en belang. Dat zulk een pleidooi noodzakelijk was bij haar oprichting, sprak vanzelf, maar sinds had ze op het gebied der wetenschap een plaats zich veroverd, die door niemand haar meer betwist werd. De spot, waarmee ze bij haar optreden begroet werd, maakte voor waardeering plaats. De wetenschappeliike handboeken harer hoogleeraren en de dissertaties harer leerlingen genoten een welverdienden roem. De Eegeering had zelfs den effectus civilis aan haar graden verleend en de Rijks-universiteiten hadden, trots het verschil in beginsel, haar als universiteit erkend. Des te smartelijker was het daarom, dat de Hoogeschool, die juist voor het Gereformeerde volk werd opgericht, in eigen kring niet altoos die waardeering vond, waar ze aanspraak op heeft. De Gereformeerden in de Hervormde Kerk, die aanvankelijk haar steunden, wendden zich van haar af en zochten nu in asnvullings-professoren aan de Eijks-universiteiten heil. En onder de Gereformeerden in de Gereformeerde Kerken was een machtige groep, die in de Vrije Universiteit een gevaarlijke mededingster zag voor de Theologische School en al scherper het seminaristische beginsel tegenover het universitaire stelde. Daardoor was de liefde van velen verflauwd en dreigde gevaar voor het voortbestaan der Vrije Universiteit. * Spreker achtte, dat het daarom de tijd was geworden om tegen het drijven van dit seminaristische beginsel weer het aloude Gereformeerde beginsel van de Universiteit met kracht te bepleiten. Hij wees er op, hoe dit seminaristische beginsel, dat vooral door de Roomsche Kerk gehuldigd was, indepractijk geleid had tot een overgeven der universiteiten in de handen van het ongeloof, geUik in Frankrijk was te zien. Het was daarom een ernstige fout geweest, dat de vrije Gereformeerde kerken, die in de 19e eeuw in Schotland, Zwitserland, Frankrijk en Amerika ontstaan waren, haar kracht in het stichten van theologische kweekscholen hadden gezocht en het nergens tot een Gereformeerde universiteit was gekomen. De gevolgen daarvan waren, dat de invloed van het Calvinisme op het volksleven was teloorgegaan; dat de ongeloovige philosophic en natuurkunde de overhand hadden gekregen en tot in de Christelijke Kerk toe reeds de meest fundamenteele leerstukken werden prijsgegeven. De practijk had aldus geleerd, dat men met een theologische kweekschool niet kon volstaan. Daarom kwam spr. met kracht op voor het goed recht en de noodzakelijkheid van een Gereformeerde universiteit. Hij toonde aan, hoe zulk een hoogeschool met den Bi,ibel de wettige consequentie is van den schoolstrijd, die bijna een eeuw lang in ons vaderland was gevoerd en die alleen dan met een zegepraal kon eindigen, wanneer het beginsel van eene vri/je
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915
Jaarboeken | 258 Pagina's