Jaarboek 1929 - pagina 78
76
toch wel hestaansxecht, vraagt men zdcli daa onwillekeurig af. Neen, inderdaad niet, 'zoodra vnji niet een eigen toon trachten te geven; dan was ons optreden slechts versnippering van kracht, en slechts onthouding aan onze leerlingen van wat zijl elders overvloediger en meer gespecialiseerd en dus heter konden ontvangen. Maar: ja, wanneer die eigen toon zuiver klinkt! Ja, ibiji hezinning op het wezenlijke van wat onze Universiteit wil! Ja, als wiji in ons streven, bijl de vervulling van onze taak, maar geen geringere bevrediging Eoeken, dan die van het Gromwelliaansc'he: „To us. . the contentment that appears is, that we are doiriig our Masters work"! Ik ben er niet rouwig' om, dat deze taaksvervulling voor den komenden cursus ondernomen zal worden onder een andere leiding dan de mijne. Op voorstel van den Senaat belastten H.H. Directeuren ditmaal mijn amibtgenoot Prof. Dr. Gerhard Charles Aalders met het hoogste gezag in onzen kring. Het is jammer, collega Aalders, dat wij niet zoo titelziek eijin als onze Middel-Europeesche so'Ortgenooten, anders viel miji nu het voorrecht te beurt U als Magmifioentie aan te spreken. Ofschoon, zulk eerbetoon had U misschien toch maar weinig aangestaan. Want citizen of London, als ge door uw geboorte zijt, zult ge •— ofschoon een goed Nederlander — toch wel een zekere sympathie hébben voor Engelands ideaal: „the smiling Prince"! En diens devies is immers: Ich dien! Welnu, onze Universiteit zal daar niet slechter biji varen. Ge zult haar trouwens goed dienen ook, daar 'ben ik zeker van. Want gij houdt van orde en zijt nauwkeurig. En daarom gaan ziji dan ook voor mijn besef harmonisch te samen: 'het Salve Rector, iterumque Salve, waarmee ik U proclameer, en de-wensch, waarmee ik deze zitting sluit: Vivat, crescat, floreat Aeademia nostra!
§ 12. In Memoriam Prof. Dr. G. H. J. W. J. Geesink. Rede Prof. Dr. H. H. Kuyper, uitgesproken bij de begrafenis van Prof. Geesink. Prof. Dr. H. H. Kuyper wensc'hte in de eerste plaats als vertegenwoordiger der Theologische Faculteit een woord van damkbare hulde te spreken voor hetgeen Prof. Geesink voor haar was geweest. Al heeft Prof. Geesink, wat alleen bij een zoo rijk aangelegden geest als den zijne mogelij'k was, den last van een dubbel professoraat, in de theologische en de litterarische faculteit, gedragen, toch bleef hiji vóór alles Theoloog en had het hoofdvak hem opgedragen, de Ethiek, de volle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's