Jaarboek 1929 - pagina 37
35 iioofdzakelijk bewegen om bijkomstigheden — heel gewichtige bijkomstig^heden misschien, maar niet om fundamenteele belangen, want daarin verstaan wij in groote meerderheid elkander volkomen. En wij verstaan elkander ook ten volle hierin, dat wiji bijeen zijn om te bouwen. Moeilijkheden als waarmee wij de laatste paar jaren te worstelen hebben gehad, brengen uit den aard der zaak mee, dat alle aandacht zich daarop concentreert, zoo sterk zelfs, dat andere toch ook hoogst gewichtige dingen daardoor bijna uit 't gezicht raken. En er is een zaak, die, afgedacht van de pijnlijke kwestie die 'hoofd en hart vervult, toch ook dringend onze belangstelling vraagt, om niet te zeggen: eischt. Wij zijn weer een jaar dichter biji 1930. De besturende college's hebben het hunne gedaan om, als de fatale termijn daar is, met den nieuwen vleugel aan ons huis gereed te zijn. En vele broeders en zusters in bet land hebben daartoe — ik vermeld het met groote waardeering — krachtig meegewekt. De resultaten van de actie voor 'het TJitbreidingsfonds geven reden tot blijde tevredenheid. Er zijn plaatsen geweest, die teleurstelden, maar er zijn er ook geweest, die verrasten. Doch laat nu toch niemand biji izicbzelf denlcen: als het geld er maar is, dan zijn wij er, dan kunnen Directeuren en Curatoren weer verder. Zuiver zakelijk gesproken, mag dat ten deele waar zijn, ten deele, want, om maar iets te noemen, als 't geld er is zijn daarom de professoren er nog niet, maar, ook afgedacht hiervan, heeft onze Universiteit toch nog behoefte aan iets edelers dan het zilver en goud van haar vrienden. Hieraan, dat zijl gedragen worde door dien stillen geestdrift van ons volk, die het hart sneller doet kloppen en die zich niet door de eerste de beste onaangenaamheid laat onderdrukken. Aan bewijzen van dat diep in de ziel levend élan ontbreekt het zeer zeker niet. De trouw, waarmee vele, en daaronder vaak doodeenvoudige broeders en zusters hun penningen voor haar offeren, is soms ontroerend. Het inEicht, dat zoo nu en dan bij ongeletterden in haar verstrekkende beteekenis gevonden wordt, wijst op een beschamende wijsheid daar, 'waar hoogihartige intellectueele oppervlakkigheid ze nooit gezocht zou hebben. Maar die innerlijke bezieling, die eigenlijik bet geheim van de kracht onzer Vereeniging is, mag niet verkoelen, ze moet, naarmate de groei van de Universiteit meer verzorging eischt, toenemen in diepte en krach tj
Ik erken gaarne, dat hier een ernstige roeping ligt ook voor allen, die aan haar verbonden zijn, maar ga 'hier, biji den beperkten tijd, die mij toegemeten is met het oog op de zwaar beladen agenda van deze vergadering, niet verder op in. 'ik Z ' OU mijn taak als Vorzitter slecht blijken te verstaan, wanneer ik, alvorens te eindigen, niet met een enkel woord het overlijden gedacht van den President-Curator Ds. B. van Schelven, die reeds betrekkelijk kort na haar O'prichting in het college van Curatoren der Vrije Universiteit zitting kreeg en haar in deze functie heeft gediend tot zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's