Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1929 - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1929 - pagina 46

3 minuten leestijd

44

bewust of onbewust — aich aan den kleim daarvan onttrökt door op een gegeven oogenblik^ zonder deugdelijke gronden biji te brengen, te zeggen: ja, 'dit staat er nu wel, maar wie zal zeggen, wat het beteekent. Blijkens de bespreking in de pers zouden so^nimigen hebben gewenscht, dat de Goinmissie had uitgesproken, dat ook de synodale uitspraak aangaande de vier bekende punten met art. 2 in overeenstemming is. Zelfs hebben enkelen ia het feit, dat dit niet geschied is, een aaawijzing gezien, dat de Commissie hen, die het met het •genoemde besluit niet eens 'ziJn, heeft willen ontzien. Spr. stelt er prijs op, deze gedaöhte hier uitdrukkelijk tegen te spreken. Persoonlijk wil hij verklaren, dat hiji aan 'zulk een handelwijze zijne medewerking zou geweigerd hebben, niet omdat hiji iemand noodeloos wenscht af te stoaten, maar omdat z.i. de 'zaak van het Schriftgezag voor onze Vereeniging te gewichtig is, dan dat hier, terwille van welke vriendschap ook, ook maar iets zou mogen worden weggelaten van hetgeen men eigenlijk had moeten zeggen. Voorts pleegt Spr. zeker ook geen onbescheidenheid, wanneer hiJ! verklaart, dat bovengenoemde gedachte om op deze wy'ize sommigen te ontzien, op onze vergaderingen nimimer is uitgesproken of ook maar aan.geduid en dat Spr. vaa al de leden dei Commissie nooit .een anderen indruk heeft ontvangen dan dezen, dat ze zich bij, hun adviezen lieten leiden niet door den wensch om iemand, wie ook, te ontzien, maar om datgene te zeggen, wat naar het karakter van onze taak, en voorts natuurlijk in overenstemming met de eisohen van waarheid en gerechtigheid, kon en moest worden gezegd. Trouwens, de Commissie heeff er in haar rapport uitdrukkelijk rekenschap van gegeven, waarom ziji in haar conclusie geen oordeel over genoemde synodale uitspraak heeft opgenomen. Ze zegt, dat hiervoor geen genoegzame grond aanwezig is, omdat ze geen com:missie van enquête is, die over een bepaalde aanklacht inzake het te Assen behandelde geschilpunt had te oordeelen. Wie hiervan kennis nam, kan dus niet volhouden, dat de Commissie dit heeft nagelaten om een andere reden dan zij zelf opgaf, tenzij hij haar zou willen verdenken van kwade trouw, wat zeker niemands bedoeling is, althans niet mag zijn. Natuurlijk kan men van oordeel zijn, dat de door de Commissie opgegeven grond niet geldig is. Maar dan is Spr. toch nog altijid van een ander gevoelen. Men moet de conclusie de-r Commissie niet met de uitspraak der Asser Synode vergelijken, want die twee liggen niet op ééne lijn. Aan de Synode was voorgelegd een bepaald leergeval; wat zij deed, was dus niet het geven van een algemeene uitspraak, maar de toepassing van het beginsel van het Schriftgezag op dat bepaalde geval, al had die toepassing uiteraard principieele beteekenis. Zulk een geval nu was aan de Commissie niet voiorgelegd, en is tot op dit oogenblik — van wat komen kan, spreken we niet — in onze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Jaarboeken | 187 Pagina's

Jaarboek 1929 - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Jaarboeken | 187 Pagina's