Jaarboek 1929 - pagina 80
78 liefde van ziJn hart, zooals ook Meek uit de oraties door hem gelhouden, waaronder vooial die over de Ethiek in de Grereformeerde Theologie door haar rijk historisch apparaat, tolijvende beteekenis bezit. Gemakkelijk was de taak, die Prof. Geesink op zioh had genomen, niet. iHij trad op in een tyd, toen niet alleen de Vrij© Universiteit haar wetenschappelijken naam: nog had te vestigen, maar ook door den Doleantiestrijd veler sympathie van haar vervreemd was en zij een zoo uitnemende leerkracht als Prof. Hoedeimaker moest veriiezeu, wienis plaats rni door hem zou worden ingenomen. En dubbel zwaar was die taak, waar hij, die tot dusver 'zioh op kerkhistorisch terrein had bewogen, nu geroepen werd om een Ethiek naar Gereformeerde beginselen ons te geven. Zooals hijizelf het heeft gezegd, was de Gereformeerde Ethiek, na haar hoogtepunt te hebben bereikt, in het schitterende praalgraf van de Moor's Commentaar op a Marck weggeborgen. Aan den gouden draad der Gereformeerde Dogmatiek was na dien tijd voortgesponnen, het terrein der Gereformeerde Ethiek was braak blijiven liggen. Juist op dat terrein had de philosophische ontwikkeling, de nieuwere psyohologie, de geheel veranderde sociale structuur der maatschappij, de Gereformeerde Theologie voor tal van uiterst moeilijke vraagstukken gesteld, die om oplossing vroegen. Het is de levenstaak van Prof. Geesink geweest, om aan zijn studenten een Gereformeerde Ethiek te geven beantwoordende aan de eisdhen van onizen tijd. Zijn ideaal om' de vrucht van dien arbeid saam te vatten in een Handiboek voor de Ethiek, is echter niet vervuld. De hooge eischen, die hiji stelde aan zijm. ar^beid, maakten, dat hij zelf zijn dictaten telkens weer omiwerkte en de rijke vrucht van zijn arbeid daardoor niet tot 'Voltooiing kwam. Maar hoe diep we dit ook betreuren, de dank blijft daarom niet minder groot voor wat hij door zijn onderwijis voor onize Hoogeschool heeft gedaan. Zijn streng wetenschappelijke methode, maar vaoTal «ijoa rijke kennis van het menscbelijik hart en breede kijk op het mensohelijk leven, maakten hem op dat terrein tot een uitnemenden gids voor onze studenten. Voor het gevaar, dat aan een Hoogeschool met een dO'gmatischen grondslag bestaat, dat men «oo licht met geijkte termen elkaar neiapraat en meent de oplossing van alle vraagstukken reeds gevonden te heibben, heeft hij met den humor hem eigen, hen gewaarschuwd en tot critisöhe Belfbeainning hen geroepen. Maar tegelijk heeft bij met warmte en bezieling de heerlijkheid der Gereformeerde beginselen Ihun doen zien, en 'toen een geest van eklekticisme ook in onzen kring begon door te dringen, heeft bij in 'zijn laatste rectorale oratie daartegen met nadruk gewaarschuwd. De vormende invloed, dien hiji op de studenten heeft geshad, is daardoo-r groot geweest, niet alleen door de degelijikbeid van zij'n onderwijs, maar ook door den jovialen omgang, waardoor hij bun aller bart wist te winnen. Met diepen weemoed staan we daarom, bij eijn graf. God dankende voor de rijke gave, die door Hem in Prof. Geesink aan onze Faculteit geschonken was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's