Jaarboek 1929 - pagina 39
37
§ 6. Rede Prof. Dr. J. Ridderbos. ter inleiding van de bespreking over het Rapport inzake art. 2 der Statuten. Spr. heeft de opdracht om de bespreking van het Rapport inzake Artikel 2 der Statuten in te leiden, zonder aarzeling aanvaard, vooreerst omdat het gegeven Rapport door hem met volle instemming is onderteekend, en voorts, omdat hij' meent, dat allen, die het goed meenen met de Vrije Universiteit, omdat ze in haar zien een gewichtig belang voor de zaak van Gods Koninkrijk in ons vaderland en daarbuiten, de handen ineen moeten slaan, en met vereende krachten moeten zoeken naar een antwoord op de vraag, die ons hier bezig houdt. Gemakkelijk is die gemeenschappelijke taak zeker niet. Immers geldt het hier een kwestie van ingewikkelden en teederen, en bovenal van erns'tigen aard. Een kwestie, waarbij het gaat om de waarheid en om het recht. Daarom zijn we tot haar bespreking en behandeling onbekwaam, tenzij in onze ziel leeft de bede: „leer mij, Heer e, uwen weg". De meest praktische 'vrijze schijnt Spr. toe, dat hy een antwoord tracht te geven op een aantal — zooveel mogelijk de belangrijkste — bedenkingen, die bij de bespreking in de pers tegen het Rapport en zijn conclusies zijn ingebracht. De o p d r a c h t
aan
de
Commissie.
Zulke 'bedenkingen zijn van verschillende 'zijden vernamen. Toch was de critiek op den aïbeid der Commissie veel beperkter van omvang dan iemand misschien op grond van een vluchtigen indruk zou meenen. Immers, zij die getuigden van een onbevredigd gevoel, hadden het volstrekt niet allen over het rapport der Commissie, maar veelal over de haar gegeven opdracht; een enkele ook gaf een beschouwing over het onbevredigende van onze kerkelijke toestanden met hun onderlinge .gedeeldheid. Het is echter duidelijk — en sommigen hebben dit ook wel gezegd; anderen hadden het misschien wel wat scherper mogen doen uitkomen •— dat dit alles niet den arbeid der Commissie raakt, tenzij iemand mocht meenen, dat men te Arnhem een commissie had ingesteld, om al het kromme op aarde recht te maken. De Commissie 'had zich natuurlijk te houden aan de haar verstrekte opdracht; 'had ze anders gehandeld, ze ware niet alleen baar boekje te buiten gegaan, ^maar had misschien ook de 'zaken hopeloos in de war gestuurd. Die opdracht houdt in de 'beantwoording van een vraag aangaande de interpretatie van art. 2 der Statuten. Dus niet de behandeling van een bepaald „ge'val". Daarom kon de Gomimissie aan het slot zeggen, dat een uitspraak met rechtsgevolg door Directeuren en Curatoren niet kan gegeven worden dan „als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's