Jaarboek 1929 - pagina 65
63
personen wisselde, naast een zich steeds gelijk blijvend Curatorium stond. Zóó was het voor een goeden gang van zaken het allervoordeeligst: verplichte aftreding der bestuursfunctionarissen; en mannen, met de zorg voor het onderwijs belast, die van keer ot keer, wanneer de periode, waarvoor zijt gekozen waren, ten einde was, zitting bleven houden. Indien de sipreker van toen gelijk had, is het voorbijgegane academische jaar, waarover ik op dit oogenblik verslag heib uit te brengen, er een geweest, waarin die goede gang van zaken niet zonder meer verzekerd bleef. Want als ik overzie wat er sinds den 21en September van het vorig jaar in verband met onze Hoogeschool gebeurd is, treft mij' — althans onder 'het hoofd Personalia — in de allereerste plaats, dat het inzak* het Directorium ditmaal geheel naar den gewonen regel gegaan is — hier heb ik Z.Exc. den heer A. W. F. Idenburg, met oprechten dank voor zijn medewerking als bestuurder, uit te luiden, terwijl ik den heer J. Schouten, een van de vele trouwe vrienden oRzer stichting, die Rotterdam' pleegt op te leveren, welkom heet — maar dat het met betrekking tot 'het college van Curatoren wel heel anders ging dan het sinds geruimen tijd placht te doen. Immers niet minder dan twee leden daarvan. Dr. J. G. Scheurer en de president. Ds. B. van Schelven, die dit academische jaar met ons ingingen, 'hebben het — door den,dood weggerukt — niet met ons voleindigd, en twee nieuwe dignitarissen. Dr. J. Wessels en Dr. K. Dijk, nemen alreeds hun plaatsen in. Dr. Scheurer heeft zijn functie niet tot zijn dood vervuld, maar toen hij: besloot ihaar neer te leggen, was 'hij toch reeds ernstig ziek. En dat al sinds geruimen tijd. In aanmerking genomen, dat -hiji eerst in 1925 tot Curator benoemd werd, beeft hij eigenlijk dan ook slechts kort zijn krachten — althans in deze relatie tot haar — aan onze Universiteit kunnen wijden. Niettemin lang genoeg, om duidelijk te doen zien,, dat hij hare ibelangen werkelijk op het ihart droeg. De beide heeren, die de opengevallen plaatsen in het college zijn komen bezetten, zullen hem in dit opzicht moeilijk, ik durf haast zeggen onmogelijk kunnen overtreffen. Trouwens, onze Universiteit zal reeds reden tot dankbaarheid hebben, als het 'hun gelukt onze hoop te vervullen, dat zij er hem in zullen evenaren. De tweede Curator, die ons ontviel, de president — thans als zoodanig door Z.Exc. Mr. Th. Heemskerk vervangen — heeft zijn functie heel wat langer te vervullen gekregen. Vele jaren heeft hij het college voorgezeten, lid ervan is hiji zelfs al van 1884 af geweest. Bedenken wij dan daarbij' nog, dat 'hij mee behoord heeft tot de groep mannen en vrouwen, die onder leiding van den heer Elout van Soeterwoude indertijd het grondkapitaal ervoor hebben bijeengebracht, en dat hij, na Hoedemakers ontslagname met 'het eind van 1887, met zijn medeCurator Dr. Mr. W. van den Bergh, ook een tijdlang het onderwijs van den betrokkene voor zijn rekening heeft genora'en. — Dr. van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's