Jaarboek 1929 - pagina 86
enkel O'psomming, bijiv. am te beginnen in de synoniemen van „en": ook, dan, verder, Vervolgens, enz., en ook nog, en eveneens, enz., ik ga verder, ik noem nog, enz., zooveel, dat (het geëxpliceerde der functie zelf weer voor opsomming vatbaar wordt en tot de izakelijkbeden der taal gaat bebooren. Mistasten in de uitlegging blijft daardoor altoos mogelijk. Alleen waar geluid gegeven en niets bedoeld wordt, valt niet mis te tasten. Niet alles kan uit den tijd in de taal komen, niet alles in de taal 'buiten den tijid om' geschieden. Nooit wordt al Oiet impliciete expliciet, noch omgekeerd. Breidt men bet détail-onderzoek uit ov'er bet geestesleven, zoo is op te merken, dat de taal van den anensöh izijn expliciete functie is ten apzidhte van bet impliciete ïzijmer ecsistentie, en ook 'hier geldt, dat nooit al het impliciete expliciet wordt, noch ook omgekeerd. Het Calvinisme als geestelijk groepsversobijaisel kan izijn 'zelfkennis verdieipen, door in zich de betrekking na te scoren tussohen zijn expliciete ontvouiwing en zijn functie. Zoo voert het onderzoek der „kleine woordjes" in de taal tot de ontleding van bet onderscheid van expliciete en imjiliciete functie in het algemeen. Acbter den taalgrondslag ligt de verhouding van tijd, taal en be'wustzijm; rondom deze wordt de gebeele taal als zelfuitstalling der bevrustzijnsfunctie expliciete van de aohter haar gelegen implioiete, nl. de geestelijke levensfunctie. Een uitvoerige gedachtenwisseling ontstond, waaraan deelnamen een 5-tal aanweizigen: Prof. Dr. L. Bouman, de beer Dam, Van Zutphen, Prof. Dr. D. H. Th. VoUenboven, Prof. Dr. J. Waterink en Prof. Dr. J. Wille. Na de pauize diende Prof. Pos uitvoerig van repliek, waarna te ongeveer 3 uur in bespreking kwam bet referaat van M r. A. J. L. v a n B e e o k G a l k o e n , chef van de afdeeling „Hooger Onderwijs'' aan het Ministerie van Onderwijis, Kunsten en Wetenschaippen Referaat Mr. v. Beech Calkoen. K e r k e l i j l k e A r m e n z o r g en O V e r b e i d s-A r m e n z o r g. Mr. V. Beeck Calkoen vangt 'zijn referaat aan met de opmerking, dat de vraag waarvoor bij 'zidb in zijm referaat gesteld ziet, de zeer actueele is, of, 'waar de burgerlijke gemeente duizenden en nog eens duizenden uitgeeft, aan burgerlijken onderstand, bet recht is, dat wiji wèl in de belasting voor dien onderstand medebetalen, maar van dien onderstand geen voordeel hebben en bovendien nog in de 'diaconale kas voor „onze" menschen veel geld moeten storten. De bedoeling van de Armenwet van 1912 was, om de particuliere en kerkelijke armenzorg den Voorrang te doen behouden. Ecbter, aldus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's