Jaarboek 1929 - pagina 84
82
verklaren 'zijne .gehoorzaamheid aan hetgeen van Gods vrege tot hem en over hem kwam, eene gehoorKaamheid, welke ieder, die hem meer van nalbij! kende, steeds weder trof. Ik denk aan de moeilijke eerste jaren in In'dië; aan zijne weigering om „toelating" van de Overheid te vragen om het Evangelie van J eizus Christus te mogen verkondigen; ik denk aan het bittere leed van zijn ziekte, die hem dwong, letterlijk dwong, om den hem zoo dierlbaren arbeid op Java te verlaten; ik denk ook aan zijn later willig binnentreden in de hem eigenlijk vreemde politieke arena om daar den Naam des Heeren te belijden en te ijveren voor het geestelijk en stoffelijk welzijn van het volk in Indië, waaronder hiji zoo trouw had gewerkt en dat hijl zoo eeer liefhad. Ik denk ook aan de volkomen overgegevenheid en de blijde geloofsverzekerdheid, waarmede hij zijn laatste langdurige 'Ziekte gedragen en daarin Gods Naam verheerlijikt 'heeft. Zijn 'geloof was eenvoudig en helder, en (bovenal: oprecht. Niemand, •die met hem in aanraking kwam, kon zich aan dien indruk onttrekken. Er 'was niets gemaakts, niets aangeleerds in. Hetgeen hiJi in het diepst van 'zijn ziel geloofde, beleed hij:, en hetgeen hy' beleed werd door zijn wandel bevestigd. Men vond in hem. „'het geloof door de liefde werkende". Daarom verwierf hiji zich oip Java izooveel hartelijke genegenheid en (ZOO groot vertrouwen van de bevolking; 'zooveel waardeering ook van Europeanen, die 'zelf van het geloof vervreemd waren. Daarom had ook ons volk hem zoo lief en vernam het zoo gaarne 'zijin woord. Daarom ook was hijl in later jaren in de Volksvertegenwoordiging izoo algemeen geacht; werd er naar hem geluisterd en oefende hiji met al zijn besoheidenheid in Indische 'zaken iwerkelijken invloed. Niemand zou bij 'hem ooit aan nevenoverwegingen denken, aan halve onwaarheden of aan opzettelijke eenzijdigheid. Men besefte, hij bedoelde niets anders dan hetgeen hij uitsprak; en wat 'hij uitsprak was de die'pe overtuiging van zijn aan God overgeigeven ziel. Met de kracht van zijn geloof, m'et izijn warme liefde voor de Gereformeerde beginselen heeft hij ook de Vrij'e Universiteit een drietal jaren als Curator gediend. Diep was 'hij doordrongen van de schoone roeping, die onze Universiteit te vervullen heeft tot eer van Gods Naam en tot heil van ons volk. Maar niet minder diep 'was hij' er van doordrongen, dat zij deze roeping alleen vervullen kan, als onwrikbaar vast blijft de band, die haar aan Gods Woord btadt; als in dat Woord de hecihte en bestendige 'grondslag gevonden wordt van al 'haar wetensohappelijken aiftieid. Van dien band wilde hij niet 'de minste verslapping toelaten; aan dien grondslag mocht niet O'P eenigerlei wijze worden gewrikt. Onder dit opzicht was 'hij' onbeweigelij'k en klonk zijn ge'tuigenis ondubbelzinnig. En allen, die met hem arbeidden als Curator en allen in ons volk, die onize Vereeniging door hun gebed en 'hunne gaven dragen, gedenken 'zijn troulwe liefde voor onee Sticihting, zijn ernstig waken, 'zijn krachtig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's