Jaarboek 1929 - pagina 24
22 „Gij zult liefiheibiben den Heere Uw God.... met geheel uv7 verstand." De Heere wil geïkend izijn, en dat naar den weg der liefde, die niet alleen zoekt de kennis van Hem'zelve, maar die Hem eerst voller in aeinbiddende liefde leert kennen in Zijn werken. De door Gods Geest ontvlamde liefde drijft, om ihet verstand te stellen in 's Heeren dienst in die kennis. Hier is de nood der Christenheid, ook der Gereformeerde Christenheid, om het breede voor'vverp' der ons geboden wetensdhap te doorvorschen. Die taak is biji ons beperkt, door zonde veirduisterd verstand nimmer af; ook is het zonder de belicihting met Gods Woord' en zonder de leidende gena^^e Van ,Zijn Geest onmogelijk, om tot de eenOieid van Gods werken door te dringen, ze kennende in Hem. Dat is de eerste oorzaak tot gebed bij het hooren van dit gebod. De tweede oorzaak ligt daarin, dat God de gave des verstands, bijzonder van den wetenschappelijken aanleg, niet gelijfc verdeelt over alle menschen, ook niet onder Zijn volk. Sommigen begiftigt Hij daarmee bijizonder — maar menseben hebben dat niet in hun hand. In dit opzicht is de volslagen afhanlkelijjaheid van den Heere wel zeer duidelijk. Meer dan eens heeft onze God de Vrije Universiteit jaren laten wachten op een opvolger van een Hoogleeraar; bier is naast diepe dankbaarheid voor Gods giften in vele mannen van wetenschap een blijlvend motief tot gebed. Een derde gelbedsoorzaak ligt daarin, dat vrij menseben het voorwerp der wetensdhap niet mogen afperken. God Almachtig stelt bet iu de openbaring aangaande Zichzelven (door de H. Sahrift) en in Zijn werken voor ons. Daarom m o e t het komen tot uitbreiding der V. U. ook nu met een vierde „dure" faculteit. Weer zag Godsbetrcuwen naar omhoog. Het is een Goddelijfce besclhikking der dingen, dat daarvoor veel geld noodig is. Dies was er biji voller vervulling van het gebod, om God lief te hebben met ons verstand, geloofsverwachting, dat H ü bet maken zou. Sneller dan velen durfden.... bidden schijnt de allermeest noodige ƒ 300.000 daartoe bijleen te izullen zijn. Ook bij de verdere izorgen is bet gebed daardoor bemoedigd. En eindelijk is de laatste nu te noemen gebedsoorzaak bij de volbrenging van dit gebod, dat toch 'de V. U.,. en in baar het Gereformeerde volksdeel, dat baar dragen mag, met .het verstand God liefhebbe, naar Zijn wil en Woord: de gebondeniheid in al haar arbeid aan Zijin Getuigenis. Bijizonder bezwaart dit, waar voor gansdhe velden der wetenschap de beginselen nog 'weinig zijn ingedacht. Bij de dankzegging voor izoo menige principiëele studie, die de V. U. leverde, past de bede, dat Gods Geest voorzie in. den nood der Universiteit, om altijd en ook thans te blijven in den band aan het Woord. Een reiken met de band naar den hemel, zoo is de stichting der Vrije Universiteit genoemd voor 50 jaar. Een hand, van den hemel ihelpend, dragend, bezielend, haar gereikt, zoo was Ihaar ervaring. En zoo bidde zij, dat hetblijive.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Jaarboeken | 187 Pagina's