Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80

2 minuten leestijd

72 „normale" voorouders zou gehad hebben, is zeer onwaarschijnlijk en daaruit volgt, dat de erfelijkheid in 't algemeen altijd weer aan voorwaarden gebonden is, die buiten haar eigenlijk begrip zijn gelegen. Om het vraagstuk der erfelijkheid nog algemeener te maken zou men ook de verhoudingen in het dier- en jjlantenrijk moeten bestudeeren. Hierbij blijkt echter, en dit is een gebied, dat zich uiteraard veel gemakkelijker leent tot experimenten, dat er wel een groot aantal feiten verzameld zijn, maar dat de regels d. i. de typisch terugkeerende groepen verschijnselen en nog meer de eigenUjke wetten met kennis van den grond der regels zeer weinige zijn. Zeer merkwaardige onderzoekingen zijn o. a. door Mendel gedaan met erwten- en boonensoorten. Hij vond een mathematische wet voor de waarnemingen, die reeds voor hem door anderen gedaan waren, dat de bastaarden neiging vertoonen tot de stamsoorten terug te keeren. Zoo kan in 't algemeen aangenomen worden, aldus Kuhn in zijne bekend Gidsartikel (Herediteit en pessimisme 1900), dat de erfelijkheid elke afwijking, die bij eenig individu bestaat, in zijn nakomelingschap verzwakt en ten slotte doet verdwijnen. Door de regressie moet toch ook verklaard worden, dat de lichaams- en geesteseigenschappen van den mensch wezenlijk dezelfde zijn gebleven, ondanks alle verandering in leefwijze, ziekte en wat dies meer zij en ofschoon elk menschelijk individu op zichzelf ver genoeg van den typus afwijkt om zonder moeite van al zijne inedemenschen onderscheiden te kunnen worden. De vooruitgang in de kuituur zou de ontwikkeling van de hersenen bevorderen niet alleen van het individu, maar ook van geheele volken. Naast deze voordcelen zou echter een nadeel zijn en wel in de eerste plaats de degeneratie ^). „Ohne übertrieben pessimistisch zu sein, kann man mit gutem Gewissen behaupten, dass wir der Degeneration in die Arme getrieben werden". Buschan meent, dat we hiervoor een objectief bewijs in de voortdurende toename der psychosen hebben, die men overal, waar de zegeningen van de kuituur voor den dag komen, in meerdere of mindere mate waarneemt. 1)

Buschan, Geliini iind Kultur, Wiesbaden, 19üö.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's