1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 171
163 erat demonstrandum ! Darwin zelf heeft voor dergelijke gevallen een gelijkwaardige betoogtrant; geldt het de standvastigheid te verklaren, dan wordt de „wet der erfelijkheid" geponeerd, geldt het de veranderlijkheid te verklaren, dan wordt een beroep gedaan op de „wet der variabiliteit", wat dus neerkomt op het omschrijven van het waargenomene. Behalve het „verklaren", door een onbekende als bekend te veronderstellen, is nog een opmerking te maken, op eene methode, ook door anderen veelvuldig gevolgt, doch daarom niet minder te veroordeelen. Ze is deze: Op grond van één orgaan, in ons geval het hart, wordt op min of meer losse beweringen één als „oer"vorm beschouwd. Op het gelijktijdig bestaan wordt niet gelet. Aldus wordt, zonder bewijs van een systematische verwantschap, eene genealogische gemaakt. De willekeur, hierbij in het spel, springt dan ook duidelijk in het oog. In dit geval wordt als oervorm aangenomen het hart met 3 spleten ; liet hart met één spleet daarentegen als een afgeleide vorm. Voor een deel is deze willekeur de oorzaak, dat de z. g. n. stamboomen bij de velschillende onderzoekers er zoo geheel anders uitzien. Ieder toch is in zijn recht een ander orgaan als uitgangspunt te nemen. Tot zoover de feiten, welke ten gunste van de Darwinsche theorie pleiten; wat nu volgt wordt vergeleken met een welsamengesteld gebouw, dat opgetrokken is door liet Darwinisme uit de massa losse feiten. Hiermede komen wij dan tot ons eigenlijk onderwerp : de ontwikkehngsgeschiedenis der crustateae. Behalve enkele vormen, die in het zoct-water leven, verlaten de kreeften en krabben hot ei als z.gn. zoea. In dit stadium bestaat het dief uit kop en staart, beide nog zonder aanhangsels. De z.g.n. kaakpooten dienen nog niet voor de opname van het voedsel, maar voor de voortbeweging in het water; de ademhaling geschiedt nog door de huid. Bij de krabben kenmerkt zich dit stadium meest door 2 of 3 stekelvormige aanhangsels aan het pantser, waardoor het dier, mede door de groote oogen een typisch uiterlijk krijgt. De voorste voelers zijn nog enkelvoudig, ongeleed en aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's