1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
36 neming van
dit feit eene der
haar ontstaan.
aanleidende oorzaken geweest van
Nu zijn er, sedert de dagen van KANT en LAPLACE,
heel w a t ontdekkingen gedaan
op astronomisch gebied, en deze
ontdekkingen, wel verre van de neveltheorie tot steun te verstrekken, hebben haar gemaakt.
in vele opzichten zeer verzwakt, zoo niet onhoudbaar
Zoo bewegen zich Ariel, Umbriel, Titania en Oberen, de
vier manen van Uranus, geheel in tegenstelling m e t de theorie, van
het
O. naar het W. om de planeet.
Hetzelfde
is nog veel
duidelijker h e t geval m e t de in 1847 ontdekte maan van Neptunus, alsmede met Phoebe, de negende maan van Saturnus, die in 1904 door
den
Amerikaan E. E. BARNARD het eerst in den telescoop
werd waargenomen.
Ook is het een feit, dat vele kometen en ringen
van vallende sterren eene retrograde
of terugloopende beweging
hebben, dat is eene beweging, juist tegengesteld aan die, welke zij zouden moeten bezitten volgens de theorie van KANT en LAPLACE. III.
E e n derde bezwaar tegen de hypothese der genoemde geleerden
is gelegen in het feit, dat verscheiden banen van planeten en manen in het geheel niet in het aequatorvlak van den oorspronkelijken nevelbol liggen, maar vrij groote hoeken met dat vlak vormen. Nemen we aan, dat het vlak van de loopbaan der aarde om de zon, de zoogenoemde ecliptica, m e t het bedoelde aequatorvlak samenvalt, dan vormt het vlak der loopbaan van Mercurius er een hoek mee van 7, dat der baan van Venus een hoek van bijna SV»", dat van de baan der in 1898 ontdekte planeet Eros een hoek van 11, dat der baan van de in 1907 ontdekte planetoïde Hector een hoek van 18 graden en het vlak der loopbaan van de in 1802 ontdekte planeet Pallas zelfs een hoek van 34 graden. Met de vlakken der loopbanen van vele manen is het nog erger gesteld.
Terwijl de loopbaan van onze maan slechts een hoek van
ruim 5 met het vlak der ecliptica vormt, snijden de vlakken van de
banen der beide in 1877 door ASAPH HALL (geb. 1829) ontdekte
manen van Mars de ecliptica onder hoeken van 27, de vlakken van de loopbanen der eerste zeven manen van Saturnus onder hoeken van ongeveer 28 en bedraagt de hellingshoek der achtste Saturnusmaan 18V3.
De terugloopende negende maan van Saturnus en de even-
eens retrograde maan van Neptunus bewegen zich in vlakken, die hoeken m e t de ecliptica vormen van 175 en van 143, en de vlakken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's