Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49

2 minuten leestijd

41 reeds eene aswenteling, groot genoeg om zich in het vlak van haren aequator zoo sterk uit te zetten, dat er geheele ringen van deeltjes los raakten en zich afzonderden tot planeten; in den loop der tijden nam die rotatie nog in snelheid toe en thans bezitten de aequatoriale deelen der zon eene aswenteling, die in 25 dagen volvoerd wordt. Elk deeltje van den evenaar der zonnephotosfeer legt in dien tijd dus een weg af van 4365000000 meter, dat is in een uur meer dan 7200000 meter. De snelheid dezer beweging is inderdaad niet gering en zou wel eene afplatting doen vermoeden, gelijk die ook in vorige perioden plaats had, vooral wijl de zon als laatste rest van den oorspronkelijken nevelbol nog in gasvormigen of misschien gedeeltelijk in vloeibaren toestand verkeert en de cohesie harer deeltjes bijgevolg zeer gering is. Eene andere merkwaardigheid van de zon, die ook moeilijk met de nevelbolhypothese is overeen te brengen, is het verschijnsel, dat zelfs het aequatorvlak van dit lichaam niet in het vlak der ecliptica gelegen is, maar er volgens den sterrenkundige GUSTAV FRIEDRICH WILHELM SPÖRER (1822—1895) den vrij aanzienlijken hoek van bijna 7 mee vormt. VIII. Men heeft de afplatting der aarde aan de polen als een bewijs voor de nevelbolhypothese willen doen gelden. Dat de afplatting der aarde een gevolg is van hare aswenteling, is eene bewering, die thans algemeen en op goede gronden wordt aangenomen, en het komt niet in mij op, deze stelling te bestrijden. Wanneer men echter hieruit wil afleiden, dat iemand, die deze meening is toegedaan, ook noodzakelijk moet aannemen, dat de geheele aarde eens gasvormig en vloeibaar moet geweest zijn, wijl er alleen in dat geval eene afplatting kon ontstaan ; en wanneer men verder wil beweren, dat deze vloeibare toestand en de thans nog gloeiend vloeibare kern onzer planeet alleen door de nevelhypothese kan verklaard worden, dan gaat men veel te ver. De afplatting heeft met de hypothesen aangaande het ontstaan der aarde en met den inwendigen toestand dier laatste niets te maken en kan nooit der nevelbolhypothese tot steun verstrekken of een grond voor hare juistheid zijn, al is het ook dat LAPLACE zegt : „La fluidité primitive des planètes est clairement indiquée par l'aplatissement de leur figure, conforme aux lois de l'attraction mutuelle de lenrs molecules".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's