1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 175
167 en zelfs eenige voortbrachten die b.v. Va '^oet liooger konden reiken, dan is noodig opdat de struggle for life weder actief optrede, niet een droogte als te voren, want dan zouden ze allen blijven leven, niet een droogte, waarbij alle bladeren verdord werden, dan gingen allen dood, maar een droogte, waarbij de bladeren der boomen Vo voet hooger verdord waren; andermaal over datzelfde uitgebreide gebied, indien niet gelijktijdig, dan toch na elkander. Geloove, wie het gelooven kan! maar ieder erkenne dat de natuur-wetenschap van een wetmatigheid van toevalligheden niets weet. Maar is de struggle for life voor de volwassen dieren een factor van zeer ondergeschikte beteekenis, waaraan dan alleen nog een negatieve en geen positieve wei king is toe te schrijven, nog meer geldt dit, waar het de werking- betreft tijdens het ontwikkclings stadium. Wel besluit Fr. Muller uit het bezit van de doornvormige aanhangsels bij de nauplius der krabben, dat een 8 maal grootere mond noodig is om deze larven te verslinden; maar dit besluit a posteriori is geen verklaring van het ontstaan en van de ontwikkeling der doornvormige uitsteeksels door de natuurlijke teeltkeus. Maar keeren wij terug tot het betoog van Fr. Muller. De ontwikkeling (ontogenese) van de garnaal, van zoëa door nauplius en mysis tot het volwassen individu zou zijn niet slechts de volledigste maar ook de trouwste oorkonde van de genealogie. De zoëa, het larve-stadium, dat zich op zoo velerlei wijze herhaalt bij de crustaceae, zou er op wijzen dat ze „wahrend einer langen Zeit der Ruhe vielleicht durch eine ganze Reihe geologischer Formationen als bleibende Form bestanden und dadurch aucli der Entwicklung der Nachkommen sich tiefer einpn'igten und hier einen festcren Kern bildeten inmitten anderer leichterzu verwischender Jugendzustande" (pag. 86.) Jammer voor de tlieorie is, dat de zoëa, als zelfstandige levende vorm, nooit in eenige formatie is gevonden, wat evenzeer kan gezegd worden van de nauplius. Van een bevestiging der theorie is geen sprake, zoodat niets anders overblijft, dan zich te verschuilen achter onze „onwetendheid", het hechtste bolwerk waarachter het Darwinisme zich terugtrekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's