Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

2 minuten leestijd

89 CHARLES EUGENE DELAUNAY (1816—1872) zegt in zijne „Cours d'Astronomie 1870" : „On voit que l'hypothèse émise par LAPLACE, sur I'origine et la formation de notre système planetaire, rend parfaitement compte de toutes les particularités qui le caractérisent. Coincidence presque complete des plans des orbites des planètes, petitesse des excentricités de ces orbites, identité des sens des mouvements de rotation et de revolution de tous les corps du système, tout s'explique de la maniere la plus naturelle et conformément a u x lois de la mécanique", VI.

De

overwegingen,

die

LAPLACE

en

KANT

er

toe gebracht

hebben om aan t e nemen, dat bij voortgaande afkoeling er zich ringen of gordels van dampen van den wentelenden nevelbol zouden afzonderen, schijnen mij niet steekhoudend toe. Dat, wanneer de nevelbol afkoelt en zich dien t e n gevolge verdicht, de omwentelingssnelheid moet toenemen, kan men gereedelijk t o e s t e m m e n ; die afkoeling en verdichting van den nevel en die aangroeiing zijner hoeksnelheid geschieden echter zeer langzaam en heel geleidelijk, en nu is h e t niet in t e zien, waarom er juist op een gegeven oogenblik een geheele ring en nog wel een vrij breede ring van deeltjes zou afvliegen, tenzij er eene plotselinge condensatie der daaronder liggende deeltjes, dus eene soort van catastrofe plaats greep, waarvoor echter alle redelijke grond ontbreekt. Wanneer men meent, dat er zich iets van den oorspronkelijken nevelbol moet afzonderen, zou men eerder tot de conclusie komen^ dat zulks voortdurend en doorloopend moest plaats hebben en wel steeds volgens raaklijnen aan den draaienden bol, zoodat d e laatste niet in ringen zou moeten worden opgelost, maar tot eene spiraal vervormd. Inderdaad vertoonen ook de nevels of onoplosbare nevelvlekken volgens de nieuwste onderzoekingen van ISAAC ROBERTS (1829—190^) en anderen alle of bijna alle den spiraalvorm en zelfs ons melkwegstelsel moet volgens onzen landgenoot CORNELIS EASTON (geb. 1864) als eene ontzettend groote spiraal beschouwd worden. H e t feit, dat Saturnus een ring of een ringstelsel bezit, d a t niet rechtstreeks m e t de planeet samenhangt, kan in 't geheel geen grond opleveren voor de hypothese der successieve ring-of gordelvormingen, wijl er niet het minste bewijs aanwezig is, dat deze ringen vroeger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's