Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43

2 minuten leestijd

35 AUGUST RITTEB (geb. 1826) volgt uit de kinetische gastheorie, dat deze vraag ontkennend warming ten

gevolge

moet worden beantwoord, en dat de vervan verdichting door de aantrekkingskracht

veel grooter is dan de warmte, die door uitstraling in het heelal ontwijkt.

In dat geval is klaarblijkelijk

het door LAPLACE onder-

stelde geleidelijke af koelingsproces van den oorspronkelijken nevelbol niet mogelijk geweest.

Is overigens de meening van LAPLACE juist,

dan moet de zon nog steeds voortgaan m e t zich af t e koelen, welke laatste meening ook door KANT gedeeld wordt. Tot nu toe is hiervoor echter geen enkel afdoend bewijs geleverd. Integendeel zou men uit verschillende verschijnsels, o.a. uit wijzigingen in gunstigen zin van het

klimaat van sommige landstreken en uit de afneming der giet-

schers misschien

even goed of nog eerder tot de gevolgtrekking

kunnen komen, dat de zon in den loop der laatste duizenden jaren warmer is gewotden.

W e gaan nu over tot het ontwikkelen van eenige bedenkingen tegen

de nevelbolhypothese in het algemeen, bedenkingen, die dus

even goed de theorie van KANT als die van LAPLACE betreffen. I.

Volgens KAKT en LAPLACE moeten die planeten, die het verst

van de zon staan en derhalve het eerst gevormd zijn, de geringste dichtheid hebben, en moet de densiteit dier hemellichamen toenemen, naarmate zij zich dichter bij het centrum van ons planetenstelsel bevinden.

Nu vindt men voor de dichtheden of soortelijke gewichten

der acht groote planeten : Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus achtereenvolgens de g e t a l l e n : 3.09, 5.14, 5.53, 4.04, 1.38, 0.72, 2.21 en 2.43 ; terwijl de zon, die als laatste rest van

den gecondenseerden nevelbol- eigenlijk de grootste dicht-

heid moest bezitten, slechts een soortelijk gewicht bezit van 1.39. Het is wel duidelijk, dat deze cijfers niet in overeenstemming zijn met de theorie ; die van de zon, van Mercurius, van Ui'anus en Neptunus zijn zelfs geheel in strijd met de nevelbolhypothese. II.

Dat alle planeten en manen in denzelfden zin en wel van het

W. naar het

O. hunne revoluties en hunne rotaties volvoeren, is

mede een direct gevolg van de n e v e l h y p o t h e s e ; zelfs is de waax'-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's