1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
42 Men heeft wel een tijdlang gemeend, dat alleen een gasvormig of dnipvormig-vloeibaar hemellichaam zich kon afplatten ; sedert echter de
Engelsche
wiskundige
WILLIAM
THOMSON,
later
LOED
KELVIN
(1824—1907) heeft aangetoond, d a t de aarde t e n gevolge harer rotatie eene afplatting
moest verkrijgen gelijk zij nu heeft, al bestond zij
ook geheel en al uit ijzer, kan men een tegenstander zijn der theorie van
KANT en LAPLACE, kan m e n beweren, en terecht, d a t ons aan-
gaande den allervroegsten toestand andere
onzer planeet en ook van de
planeten niets m e t zekerheid bekend is, en evenwel de af-
platting aanvaarden als een bewijs i'oor de aswenteling der aarde. IX.
Gelijk boven reeds is aangestipt, heeft men als een bewijs
of ten minste als een grond voor de juistheid der nevelboltheorie ook aangevoerd, dat de kern der aarde nog tegenwoordig ontzaglijk heet en gloeiend-vloeibaar is, en d a t deze toestand alleen voldoende kan verklaard worden door de hypothese van KANT en LAPLACE. Deze inwendige warmte onzer planeet zou dan eigenlijk een overblijfsel
zijn
van den vroegeren toestand, waarin eens de geheele
aarde verkeerde.
Men stelt zich namelijk voor, d a t onze aarde en
ook de overige planeten tijdens hun ontstaan nog eene vrij hooge temperatuur hadden,
d a t z^ echter van lieverlede
dienvolgens inkrompen.
afkoelden en
Hierdoor vermeerderde hunne omwentelings-
snelheid dermate, d a t ook zij ringen afzonderden, die zich tot nieuwe bollen,
tot
slechts
eene
dat
manen verdichtten.
Wijl
de manen
over
't geheel
kleine massa bezitten, zoo is gemakkelijk in te zien,
zij weldra tot vaste lichamen afkoelden, die in 't geheel geen
licht of warmte meer uitstralen. Met de planeten duurde dit proces langer. zooals Jupiter, gloeiend
zijn
De grootste onder hen,
van buiten nog altijd geheel of gedeeltelijk
vloeibaar; de kleinere daarentegen, zooals
Mars en de
aarde, gingen spoedig van den gasvormigen in den vloeibaren toestand over, waarbij echter een deel der stoffen ook na verdere afkoeling h e t vloeibare gedeelte Door uitstraling
als een dampkring bleef omgeven.
in de wereldruimte verloor de nu drupvormige
planeet steeds meer van haar eigen warmte en stolde hier en daar aan
de oppervlakte, zoodat er schollen gevormd werden, die van
lieverlede aangroeiden en zich ten slotte vereenigden tot eene harde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's