Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158

2 minuten leestijd

150 kinetische energie en omgekeerd bij de inwerking van lichaam op ziel alleen werkend. Rehmke denkt hier meer aan „ Auslösungen". Vraagt men nu, of deze zonder physische energie mogelijk zijn, dan antwoordt R. daarop, dat dit juist het eigenaardige is voor de „Auslösungen", door de ziel bewerkt. Wentscher neemt nu dit standpunt in, dat de „Auslösungs" processen ook in 't j^hysisclie geen energieverbruik mogen veroorzaken. Het physisch gebeuren laat tijdelijke onbepaaldheden in betrekking tot de energie omzetting open, de in potentiëele energie omgezette kinetische moet weer „ausgelöst" worden, wanneer zij in werking zal treden. Deze „Auslösung" mag echter geen verbruik aan physische energie veroorzaken. De tijdelijke onbepaaldheden laten zoo ruimte voor een „ausserphysikalische faktor" in de physische causale reeks zonder energieverbruik in te grijpen. Een lichaam, dat in de hoogte wordt geworpen, zet gedurende zijn beweging naar boven voortdurend kinetische engergie in potentiëele om. Op het hoogste punt aangeland, bezit het een oogenblik alleen potentiëele energie, die, wanneer het begint te vallen, weer in kinetische woi'dt omgezet. Al deze omzettingen volgen zonder bijzonder energieverbruik, want de steen bezit, onder aangeland, nog altijd dezelfde hoeveelheid energie, die hij op hot hoogste punt van zijn baan heeft bezeten. Wordt een lichaam, dat zich in labielen evenwichtstoestand bevindt, tot vallen gebracht, dan moet de aangewende „stootkracht", wanneer zij een meetbare grootte bezit, bij de kinetische energie, die uit de aanwezige potentiëele alleen had verkregen kunnen worden, nog een plus gevoegd hebben. Het plus aan energie moet dan natuurlijk op het eind der beweging nog aanwezig zijn, want het verdwijnen van een nog zoo geringe stootkracht zou een inbreuk op de enorgiewet beteekenen. We zullen aldus de uit de potentiëele energie vooi'tgekomen energie en het plus aan energie, afkomstig van de stootkracht, op het einde van den val aanwezig vinden. Willen we dan de grootte van de stootkracht vaststellen, dan moeten we deze beide quanta kinetische energie eerst aftrekken van de totale energie, die in het begin aanwezig is. Dan echter is volgens Wentscher met „mathematische nauwkeurigheid" de waarde nul.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's