1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148
140 hersenen en de ziel. Zoodra men de hersenen van dieren van lage re en hoogere orde onderling en deze weer met die van den mensch vergeleek, dan bleek, dat men in 't algemeen met meer samengestelde hersenen ook een hoogeren trap in het psychische leven evenwijdig zag gaan. Daarbij moest steeds natuurlijk het relatief gewicht van de hersenen genomen worden en niet het absolute. De ervaring bij zieken met hersenaandoeningen, al of niet krankzinnigen, de experiaienten bij dieren verricht, schenen in de zelfde richting heen te wijzen. Werd er geestelijken arbeid verricht, dan was het niet anders dan hersenarbeid, want men kon nagaan, dat er warmte ontwikkeld was geworden, terwijl in 't algemeen de bloedsomloop in de hersenen tegenover de andere deelon van het lichaam zeer belangrijk moest worden genoemd. Dit was alles koren op den molen voor hen, die de materialistische beschouwingen waren toegedaan. Hield de tegenpartij zich nog een oogenblik vast aan de spraak, die een typisch verschil zou zijn tusschen dier en mensch, men meende het aan Bi'oca te danken te hebben, dat ook deze moeilijkheid verdween. Er zou n.l. een gedeelte der hersenen zijn, wier verwoesting spraakstoornis zou geven en dus zou de spraak aan die plaats gebonden zijn. In één woord, de ontwikkeling der natuurwetenscliappen bracht meer en meer tot het standpunt: de hersenen en de ziel zijn identiek. Velen huldigden nu de materialistische opvattingen, maar zoodra men de onhoudbaarheid daarvan inzag, keerde men terug tot de opvattingen van Spinoza. Toch sloten de tot hiertoe gevonden feiten maar één ding met beslistheid uit, n.l. dan zetel der ziel in één punt. Oveiigens konden, zooals Münsterberg opmerkte, de liersenen als orgaan der onstoffelijke ziel worden opgevat en de feiten voegden zich ook naar deze opvatting. Kan dus de ziel afzonderlijk van het lichaam worden beschouwd, dan komt weer de vraag: wisselwerking of parallelisme. De aanhangers van het parallelisme meenden nu tweeërlei in het midden te kunnen brengen, dat beslist voor hunne beschouwingen pleitte en naar zij meenden de opvatting van een wisselwerking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's