1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 89
81 Streng tegen zichzelf en met een buitengewoon plichtsgevoel bezield, daarbij echter met een warm hart en een teeder gevoel voor zijne vrienden en verwanten, ten allen tijde bereid zich te geven, voor de armen een weldoener, in gezelschap vroolijk en aangenaam, doet zich de groote denker aan ons voor als een volkomen harmonische persoonlijkheid. Kant was echter niet alleen, wat zijn psychischen aanleg betreft, zonder eenig pathologisch defekt, maar ook van af zijn mannelijken leeftijd tot aan de laatste jaren van zijn leven vrij van afwijkingen op geestelijk gebied, zoodat hij trots zijne genialiteit als volkomen normaal moet beschouwd worden. Als proeve van onderzoek naar het genie en het verband, dat er zou bestaan met degeneratie, zij eveneens op Loewenfeld gewezen. Daarvoor onderzocht hij schilders en beeldhouwers uit verschillende eeuwen, op dezelfde wijze als een psychiater dit gewoon is te doen. Beginnende met de erfelijke momenten, ging hij achtereenvolgens na de opvoeding en omgeving in de jeugd, de intellektueele, gemoeds- en wilsspheer van den volwassene, om daarna nog bijzonder zijne aandacht te wijden aan karakter, religieuse denkbeelden, geslachtsleven, ziekelijke verschijnselen van lichaam en geest, om ten slotte ook het leven van den grijsaard in zijne beschouwingen op te nemen. Wat was nu het resultaat ? Noch het onderzoek der erfelijke momenten, noch de ontleding der geestelijke persoonlijkheid gaf een aanknoopingspunt voor een ziekelijken oorsprong van het genie. In geen geval was de geniale gave der kunst verbonden met een te kort in de splieer der intelleligentie, van het gemoed of van den wil. Het was niet mogelijk een ziekteproces te constateeren, dat het genie ten gevolge zou kunnen hebben, in geen enkel der gevallen kon aan epilepsie gedacht worden. Ziekelijke verschijnselen op psychisch en nerveus gebied waren wel bij een deel der kunstenaars aanwezig, maar een duidelijke psychose of een nerveuse aandoening van ernstigen aard kon niet vastgesteld worden. Dit feit is daarom zoo merkwaardig, omdat 7 van de 12 ouder dan 60 jaar zijn geworden, 3 in de vijftig, een in de veertig en slechts een (Raphael) in de dertig stierf. Zoo zou men dus niet kunnen zeggen, dat de krankzinnigheid zich niet heeft geopenbaard, omdat zij zoo vroeg waren gestorven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's