Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113

2 minuten leestijd

105 vredigende voorstelling hebben van de manier, waarop het proces werkelijk [)laats grijpt. Ondanks zulke bekentenissen doet men maar steeds, alsof de gehcele theorie bewezen was, en ter wille van de eenheid in de levende natuur en op grond van analogie wordt ook de mensch binnen den kring gehaald en nu moet alle man aan het werk om door palaeontologisch en vergelijkend anatomisch materiaal dit plausibel te maken. Natmu'lijk wordt dan bij de vergelijking van den mensch met het dier in de eerste plaats gelet op de punten van overeenkomst. Men heeft haast enkel oog voor het somatische en verliest uit het oog, dat liet groote verschil tns' schon mensch en dier niet juist het meest in het soma uitkomt. Niemand wil het verschil ontkennen, dat er geestelijk bestaat tusschen mensch en dier, maar het is de vraag, of dit verschil gradueel of essentieel is. Volgens den volbloed Evolutionist moet ook onze ziel en ons bewustzijn zich uit een dierlijken oorsprong ontwikkeld hebben, en voor hem is het onbegrijpelijk, dat iemand als pater Wasmann wel de evolutie aanneemt in de planten- en dierenwereld maar niet voor den mensch. Terecht wijst Wasmann ') er op, dat de zoölogie de dierlijke afkomst van den mensch nog niet bewezen heeft, maar ^e zegt hij zeer juist, dat de zoölogie niet de eenige wetenschap is, die hier uitspraak te doen heeft. Natuurlijk zouden onze ethische voorstellingen, onze godsdienstige denkbeelden en onze wijsgcerige opvattingen van ziel en geest zich geleidelijk ontwikkeld hebben uit een lageren toestand. Buekers beschouwt het ontstaan van den godsdienst al zeer gemakkelijk te verklaren. „Godsdienst in zijn primitiefsten vorm was vrees voor natuurkrachten, storm, onweer, droogte en ziekte, die men door zoenoffers gun.stig wil stenunen." Ook al was dit het begin van den godsdienst, dan kan men toch vragen, of bij de hoogst ontwikkelde dieren een dergelijke vrees en offerande bestaat. „Alles werd verpersoonlijkt, niet slechts levende lichamen, ook doode voorwerpen en natuurkrachten. Reeds toen waren er enkele bevoorrechte geesten, die door zelfsuggestie ot uit berekening hun stamgenooten overtuigden, dat zij nader bij de goden stonden en de aan1)

Die aiodenie Biologie und die Eutwickeliingsgescliicbte 1906. p. -140.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's