Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 41

2 minuten leestijd

33 zon bewegen en er zich mede vereenigen". Deze verklaring komt mij, op zijn zachtst uitgedrukt, vrij gezocht en niet bizonder duidelijk voor. IV. Evenmin wil mij de redeneering duidelijk worden, die KANT in het aanhangsel van het zevende hoofdstuk geeft en die in een vorig artikel is medegedeeld, ten einde te verklaren, hoe de zon een vurig lichaam, een brandende bol is kunnen worden, terwijl de overige lichamen harer aantrekkingssfeer donkere en koude wereldlichamen bleven.

Golden bovenstaande bedenkingen meer in 't bizonder de theorie, gelijk KANT die in zijn reeds genoemd werk „Theorie des Himmels" heeft ontwikkeld ; thans zullen we eenige bezwaren vermelden, die uitsluitend de hypothese van LAPLACE, uiteengezet in Note VII zijner „Exposition du système du monde," gelden. I. LAPLACK gaat van de onderstelling uit, dat ons geheele planetenstelsel oorspronkelijk de gedaante had van een nevelvlek, die zich tot over de grenzen van dit stelsel uitstrekte, en rondwentelde om een lijn, een as, die door het midden, door de kern van dezen nevel liep. Op welke wijze echter de nevelbol zulk eene aswenteling verkreeg, wordt door LAPLACE niet verklaard ; die vraag stelt hij niet eens. Zoo maakt hij het zich zelf wel heel gemakkelijk, maar daardoor is hij ook oorzaak, dat de lezer zich onbevredigd gevoelt. Immers zijne hypothese blijft stukwerk, blijft onvolkomen, is niet af, beantwoordt eene groote moeilijkheid in 't geheel niet. Hoe is de nevel aan 't draaien geraakt? dat is toch geen e vraag, die men met stilzwijgen mag voorbijgaan. In dit opzicht is er dus eene groote leemte in de hypothese van LAPLACE. II. In de tweede plaats neemt LAPLACE, zonder gronden of verklaringen daarvan te geven, aan, dat die nevelbol een buitengewoon hooge temperatuur had en dat hij j :ist ten gevolge daarvan zulk eene groote uitgebreidheid bezat. Van waar die hooge warmtegraad ? Ook deze vraag ligt voor de hand, en het niet beantwoorden daarvan maakt zijne hypothese nog onvolkomener. III. Volgens LAPLACE behooren de kometen niet tot ons zonnestelsel, maar hebben een geheel anderen oorsprong: zij vallen dus eigenlijk geheel buiten zijne hypothese. Op deze manier vermijdt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's