Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52

2 minuten leestijd

44 daarover is men het nog zeer oneens. (1(69—1859)

ALEXANDER VON HUMBOLDT

en LEOPOLD VON BUCH (17/4—1853) beschouwden een

vulkaan als eene verbinding tusschen de oppervlakte en de gloeiendvloeibare kern der aarde er

ALPHONS STÜBEL (1835—1904:) meent, dat

in de aardkorst op betrekkelijk geringe diepte holten aanwezig

zijn, die met gloeiend vloeibaar magma

zijn gevuld, en dat deze

„peripherische haarden" de vulkanische verschijnsels te weeg brengen.

Anderen denken hier aan warmte-ontwikkeling tengevolge van

contractie der aardkorst of van druk, dien de bovenste lagen op de onderste uitoefenen ; wederom anderen aan storingen van den evenwichtstoestand in het inwendige der aarde. H e t kan hier echter ons doel niet zijn en het is hier ook de plaats niet,

om

eene uitvoerige uiteenzetting der verschillende theorieën

aangaande

het vulkanisme te geven ; daarom

zi] het

voldoende

slechts een paar uitspraken dienaangaande aan te halen. De geoloog HiPPOLYT HAAS schenen über das

werk

(geb. 1855) zegt aan het slot van zijn in 1904 ver„der Vulkan" het volgende : „Unsere Vorstellungen

Wesen

der

vulkanischen Phanomene sind grösztenteils

Theorien, Rastvorstellungen, subjektive, aber keine objektive Wahrheit.

Noch sehr wenig Sandkörnchen liegen vorderhand am Strande,

und welche Gestalt die Sandbank, die daraus entstehen soil, einmal erhalten wird, wir wissen es nicht." En ALFRED D I P P E schrijft

in zijne in 1907 verschenen „Natur-

philosophic": „Noch heute streitet man sich, wie weit die Erkaltung nach innen fortgeschritten i s t ; manche Forscher erklaren die Erde für fest bis zum Mittelpunkte. Aber auf die Ansicht stöszt man wohl noch hie und da, dasz die Schlote der Vulkane oder die geothermische Tiefenstufe den Beweis ftlr das feuerflüssige Innere der Erde erbrachten. Jedoch beide Erscheinungen haben ihre Ursache nur in dcmDruck der übergelagerten Massen. zunehmender bei

Die Mecrestemperatur steigt keineswegs mit

Tiefe, sondern

sinkt betrachtlich herab ; sie betragt

einer Tiefe von 3000 bis 5000 m. etwa 2» C."

Hiermede komen we vanzelf tot de bespreking van het t w e e d e antwoord, n.l tot de stelhng, dat de warmtegraad der aarde steeds toeneemt,

naarmate men

bewering,

zoo

dieper in den bodem doordringt.

zegt men, is gegrond op talrijke

Deze

waarnemingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's