1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 168
160 rungen". Wat geconstateerd wordt is, dat beide vormen constant en zonder overgangen zijn, even als in het vorige geval. Doch het is niet op dezen karakteitrek van elk darwinistisch betoog dat ik dit memoreer, doch op een andeïen, dien va.n willekeur. In het eerste geval wordt de natuurlijke teeltkeus te hulp geroepen; het nut dat de extreme vormen zouden hebben, beslist ten gunste van de uitersten; in het laatste geval, waarbij evengoed twee vormen zonder tusschenvormen voorkomen, doch zonder dot aan een bepaalden vorm van schaar een nut is verbonden, wordt van de natuurlijke teeltkeus niet gerept. Frits Muller moge zeggen, dat bij deze soorten eerder dergelijke verschijnselen verwacht kunnen worden dan bij de andere; staande voor het feit, geeft hij in het eene geval cene verklaring, welke in het andere geval in den steek laat. De onbeperkte variabiliteit alleen, kan nooit verklaren het ontbreken van overgangen; vandaar, dat in het eerste geval aangenomen wordt, dat dezen als minderwaardig uitgestorven zouden zijn als gevolg van de natuurlijke teeltkeus. In het laatste geval blijft het dus geheel onbegrijpelijk, dat er geen overgangen tusschen beide vormen van mannetjes voorkomen, daar hier geen voordeel verbonden is aan een bepaalden vorm, zoodat van een selectie geen sprake kan zijn. In plaats van een bewijs van Darwin's theorie, hebben we hier te doen met een feit waar de theorie machteloos voor staat. Merkwaardig is, dat Frits Muller het ontbreken van een bepaald nut, tegen de scheppingstheorie aanvoert, terwijl juist daarmede het Darwinisme valt. Naar aanleiding van het voorkomen van een aanhangsel op de heupbladen bij Melita messalina, dat bij Melita exilii en andere soorten ontbreekt, zegt hij: „Solange aber weder nachgewiesen ist, dass unsere Arten dieser Vorrichtung besonders bedürftig sind, oder das dieselbe anderen Arten mehr schadlich als nützlich sein würde, so lange wird man ihr Yorhanden sein nur bei diesen wenigen Amphipoden als werk nicht einer voraus berechnenden Weisheit, sondern eines von der natürlichen Züchtung benutzten glüchlicheu ZufaUs ansprechen dürfen." pag. 19. Heeft de natuurlijke teeltkeus geen vat op indifferente organen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's