1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 174
166 overeen met de onderstelde voorouderreeks, dan is de „Urkunde" „gefalscht". Dat een theorie, welke op deze wijze alle verschijnselen omvat, geen theorie is, maar een subjectieve meening over verschijnselen, waarvoor men geen verklaring weet, behoeft zeker geen betoog meer. Voor een bewijs van het Darwinisme kan ze niet gelden, aangezien uit de feiten geen conclusie wordt getrokken over de factoren welke door Darwin in zijn theorie vooropgesteld worden. De bewering, dat de „vervalsching", in de ontwikkelingsstadia, door den strijd om het bestaan geschiedt, wordt slechts door vermoedens, niet door feiten gestaafd, en geen wonder, van een strijd om het bestaan, waarbij de geschiktsten overblijven, is niet veel bekend. Zelfs Darwin, wiens feitenkennis niet hoog genoeg geroemd kan worden, weet geen feiten hiervoor bij te brengen, maar verdicht gevallen. Zoo b.v. schrijft hij ter verklaring van de lange hals der giraffen: „het voortdurend bewaard blijven van individu's van zekere soort van hoogreikend, uitgestorven herkauwend dier, die de langste halzen, pooten, enz. hadden, en die bladeren van de boomtakken konden plukken een weinig hooger gezeten dan die gewoonlijk bereikbaar waren en het aanhoudend vernietigen van zulke dieren, die niet zoo hoog konden reiken, moet voldoende zijn geweest om dit merkwaardige dier voort te brengen; het lang voortgezet gebruik der deelen gevoegd bij de erfelijkheid, zal in dit opzicht veel hebben gedaan" i) Dat er allerlei factoren voorkomen waardoor dieren ten gronde gaan, o.a. ook droogte, is niet voldoende voor het aannemen van een struggle for life, als verklarende factor voor het ontstaan der soorten. In dit geval is het niet voldoende aan te nemen, dat er een droogte is geweest; zelfs niet een herhaaldelijke droogte, maar eene droogte, waarbij juist nog op een bepaalde hoogte zooveel bladeren beschikbaar bleven, dat nog juist de langste dieren er nog juist bij konden. Het onmogelijke voor een oogenblik aannemende, dat een dusdanige droogte geheerscht heeft over het groote gebied waarin de giraffen voorkomen, en evenzeer zonder bewijs aannemende, dat de jongen van deze dieren deze eigenschap van hunne ouders erfden 1) Darwin. Het ontstaan dei' soorten pag. 294.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's