1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 88
80 Het genie wordt duur betaaki Men heett liet ook kort aldus uitgedrukt, het genie is een degeneratiepsyohose. We .kunnen deze belangrijke quaestie slechts in korte trekken behandelen. Indien er bij geniale menschen stoornissen optreden, dan moet dit aldus opgevat worden, dat hunne producten zijn ontstaan ondanks, niet ten gevolge dezer stoornissen en het is volkomen juist gezegd, dat de zenuwziekten parasitaire aandoeningen van het genie kunnen genoemd worden. Hier is het weer als boven de vraag, waar men de grens moet stellen van ziekte en gezondheid. Tegen beschrijvingen als door Moebius gegeven zijn van Schumann en Nietzsche bijv. valt niets in te brengen, daar heeft men zeker met afwijkingen van den geest te doen. Maar als men bij Lombroso verhalen vindt van Newton, dat hij eens in zijn verstrooidheid zijn pijp met den vinger zijner kleindochter wilde stoppen en dat men overtuigd kon zijn, dat hij zonder iets zou terugkomen, wanneer hij do kamer verliet om een bepaald voorwerp te zoeken, of wel dat Beethoven, als hij zich neerzette om te componeeren, of Newton om een mathematisch vraagstuk op te lossen, zoo de behoefte van hun maag vergaten, dat zij den bediende waarschuwden af te nemen, in de meening verkeerend, dat zij reeds gegeten had(^('n. dan wordt toch voldoende bewezen, dat daarbij de grenzen veel te eng genomen zijn om dan reeds van abnormaliteit te spreken. Om een der groote genieƫn te noemen, de wijsgeer Kant, daaromtrent geeft Loewenfeld de volgende beschrijving. Groote inteligentie was met bewonderenwaardige wilskracht vereenigd. Afkomstig uit een familie, die niet tot de voornamen behoorde en van huis uit van een zwakke constitutie, zou hij zijn groote taak niet tot stand gebracht en tot op zeer hoogen leeftijd zijn werkkracht behouden kunnen hebben, zoo hij niet met een onbuigzame energie en daarmee gepaard gaand volhardingsvermogen niet alleen gezorgd had voor zijne gezondheid, maar ook er naar gestreefd had om zijn wetenschappelijk doel te bereiken. Moge ook bij hem naast de groote uitingen van zijn intelligentie en van zijn wil het gevoelsleven op den achtergrond getreden zijn, dan is dit te verklaren door den aard van zijn werk. Kant was echter ook wat zijn gemoed betreft een natuur van rijken aanleg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's