Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 170

1 minuut leestijd

162 Bij de ainphipoden bestaat het hart uit een holte met 3 paar van kleppen voorziene spleten, en is gelegen in den 2<^^",'è'^^"en 4<^<=" ring achter den kop ; bij de tanaidae, de andere orde, is het een orgaan dat meer naar achteren is gelegen en bij de verschillende families een anderen vorm heeft. Frits Muller noemt het „eines der veranderlichsten Organe", ongemerkt hiermede reeds aannemende wat bewezen moest worden. „Woher nun in zwei einander so nahe stehenden Ordnungen dort jene Bestandigheit, hier diese Veranderlichkeit desselben hochwichtigen Organes ? Von der Scliule wird man keine Erkliirung erwarten dürfen ' (pag. 28). Leerrijk is de v^'ijze waarop Fr. Muller dit meent te kunnen verklaren. „Als ürf'orm der Athmungsweise hat man Grund, das bei den Scheerenasseln bestehende Verhaltniss (s. o.) zu betrachten. Wo nnn spater, wie bei der, Mehrzahl der Asseln, Kiemen am Hinterleibe sich entwickelten, ilnderte sich, indem es ihnen naher rückt, Lage und Bildung des Herzens, ohne dass für diese jüngere Bildungsweise sich wieder ein gemeinsamer Flan hei'ausstellte, entweder weil diese Umwandlung des Herzens erst nach der Scheidung der Stammform in untergeordnete Gruppen stattfand, oder weil wenigstens zur Zeit dieser Scheidung das abandernde Herz sich noch in keiner neuen Form befestigt hatte. Wo dagegen die Athmung dem vorderen Theile des Leibes verblieb, — sei es in der ursprünglichen Weise der Zoöa, vyie bei den Scheerenasseln, sei es, indem Kiemen am Mittelleibe sich entwichelten, wie bei den Amphipoden, — da vererbte sich unverandert auch die Urform des Her/ens, weil etwa auftauchende Abweichungen eher Naclitheil, statt Vortheil brachten und sofort wieder untergingen" (pag. 29). De vraag, waarom in die eene groep ten opzichte van het hart „Bestandigkeit", bij de andere „Veranderlichkeit" heerscht, wordt in het kort aldus beantwoord, omdat in de eene groep de kiemen eenzelfde ligging hebben, bij de andere groep verplaatst zijn, zoodat het eene onbekende door een ander onbekende opgelost wordt, want waarom zijn in de eene groep de kiemen op hun plaats gebleven en iji de andere niet? Ware deze vraag aan de orde geweest, dan had het antwoord moeten luiden: wèl omdat het hart zich bij de eene groep naar achteren verplaatste, bij de andere niet, quod

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's