Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40

2 minuten leestijd

32 0.093, 0.048, 0.056, 0.047, 0.008. Van een grooter worden der excentriciteit, naarmate de afstanden der planeten tot de zon grooter worden, is hier geen spoor te ontdekken ; integendeel wijkt de baan van Mercurius het meest en die van Neptunus zeer weinig van den cirkelvorm af. II. KANT beweert, dat de hellingshoeken der planeten, d. w. z. de hoeken, die de vlakken hunner loopbanen met het vlak der ecliptica vormen, grooter moeten wezen, naarmate de planeten op grooteren afstand van de zon geplaatst zijn. Ook deze uit zijne theorie voortvloeiende meening blijkt onjuist; immers de hellingshoeken der achtereenvolgende acht groote planeten van ons zonnestelsel zijn: 7, 3o23', 0, 151' lol9', 230', 046' en 147', en eene opklimming valt in deze cijfers in 't geheel niet waar te nemen. Voor kometen geldt zijne bewering evenmin, want van de loopbanen der kometen van BRORSEN en FAYE, die beide binnen ons planetenstelsel liggen, en waarvan de eerste een nog iets kortere groote as heeft dan de tweede, bedragen de hellingshoeken 30" en ll'/g". En het vlak der baan van de verdwenen komeet van BIËLA, die zich eveneens verder van de zon verwijdert dan de komeet van BRORSEN, vormt met dat van de loopbaan der aarde een hoek van 14. III. „Wanneer wij ons deeltjes van verschillende dichtheid voorstellen", zegt KANT in hoofdstuk 2 van het tweede deel zijner „Theorie des Himmels", „die op gelijke afstanden van de zon geplaatst zijn, dan dringen die van grooter soortelijk gewicht verder door en komen dus dichter bij de zon dan de lichtere deeltjes". Hieruit moet natuurlijk volgen, dat de zon ten slotte een grooter soortelijk gewicht verkrijgt dan ieder der planeten. Dit geeft KANT ook toe in het aanhangsel van het zevende hoofdstuk. Aangezien het hem echter blijkens ditzelfde hoofdstuk zeer goed bekend is, dat de dichtheid der zon zeer gering is en b.v. slechts het vierde gedeelte van die onzer aarde bedraagt, tracht hij deze tegenstrijdigheid te verklaren door de bewering, dat er zich in het mengsel van stoffen, die zich naar de zon bewegen, „soorten van buitengewone lichtheid bevinden, die, door den weerstand der ruimte verhinderd, door hun val niet de snelheid kunnen verkrijgen, noodig voor eene periodieke omwenteling rondom het centraallichaam, en die dus gezamenlijk zich naar de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's

1908-1909 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 188 Pagina's