1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 187
181 Luquet ^) beweert, dat men zelfs niet aan eene vermomming hoeft te denken, maar aan de normale kleeding der jagers. Bij de bisonjacht en de rondedans op de rots te Cogul zijn de menschen, mannen en vrouwen, ook gekleed. Natuurlijk komt men dan voor de vraag te staan, waarom dan vele menschfiguren de menschen ongekleed voorstellen. Luquet schrijft dit toe aan de gewoonte, die ook thans kinderen en volwassenen nog hebben, om menschen eerst naakt te teekenen. Het dierlijke voorkomen dezer anthropomorphe figuren — dat ook Luquet niet kan ontkennen — moet volgens hem een geheel andere oorzaak hebben. Hij beweert allereerst, dat de snuitvormige gezichten allerminst dierenkoppen zijn. Waarom zouden de kunstenaars, die op de dieren zelf zulke mooie koppen wisten te teekenen, aan de menschfiguren zulke slecht geteekende koppen geven, als ze inderdaad in diermaskers staken ? Volgens L. zijn het werkelijke afbeeldingen van menschen en dat zij minder goed lijken, schrijft hij aan zeer verklaarbare omstandigheden toe. Om dit aannemelijk te maken wijst hij er op, hoe onze kinderen gewoon zijn eerst menschen te teekenen, en als zij daarna overgaan tot het teekenen van dieren, verraadt zich z.i. in de uitvoering der dierfiguren de gewoonte om menschen af te beelden. Menschen toch worden door hen en face afgebeeld: dan ziet men 't hoofd met beide oogen, 't lichaam met alle vier ledematen. De eerste dierfiguren nu gelijken vaak veel op horizontale mannetjes, soms nog met vertikaal hoofd en ledematen aan beide kanten. De troglodyten teekenden meest dieren, die zij en profil voorstelden, omdat dit 't gemakkelijkst is. Gaan zij nu af en toe ook menschen teekenen, dan krijgen hunne menschen het dierlijk karakter ; ze worden meestal ook en profil voorgesteld; 't zijn als het ware vertikaal geplaatste dieren. Ja, hij meent, dat men de menschfiguren moet zien, alsof ze op 4 pooten gingen. De beenen, die niet in het verlengde van het lichaam liggen — en daarom aan eene dansende beweging doen denken — zijn z.i. eene herinnering aan de achterpooten der dieren 1) Sur les caractères des figures humaines dans l'art paléolithique, l'Anthropologie XXI, p. 409.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's