1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 166
158 Men zou toch kunnen denken : die man van het medisch monopolie is toch een onvervalscht, hatelijk mensch. Hij alleen is goed en al wie met hem een diploma heeft, maar onzen braven Ds. Wielenga, die zich te Londen extra oefende om wat medische kennis op te doen, en al onze miss. predikanten, die zich uitsloven om zoo veel mogelijk zieke Javanen te helpen, die allen scheldt hij uit voor kwakzalvers! Neen broeders, datwasheelemaal niet de bedoeling en wilt ge hiervoor bewijs ? Welnu, ik iieb met het meeste genoegen eenige miss. predikanten zoo goed mogelijk praktische kennis trachten bij te brengen omtrent die ziekten waaraan de Javanen veelal lijden en dus gevoelt ge wel, dat daartegen van mijn kant geen bezwaar kan bestaan. Toen ik in den Haag op een zendingsdag dit werk van deze broeders nuttig en goed roemde, hoorde ik een dominee zijn buurman influisteren : „Dat is sterk : en dat zegt me nog wel een dokter!" Het schijnt dus wel eenigszins moeilijk te begrijpen te zijn, dat men eenerszijds zijn ideaal hoog houdt en met niet minder dan een volle bevoegdheid tevreden is en toch in bijzondere omstandigheden de goede bedoeling van onbevoegden kan waardeeren niet alleen, maar hen zelfs in hun pogingen kan steunen. En toch, het is zoo moeilijk niet; als men maar let op de bijzondere omstandigheden en vervolgens wel onderscheid maakt tusschen, wat we als normalen toestand eischen en wat we in overgangstijden of bij nood-toestanden toelaten. Ons doel is te komen tot een goed inzicht van wat een Miss. Arts moet zijn en dan laten we niets afdingen of beknibbelen op hetgeen wij gezegd hebben. Maar heel iets anders is het, wanneer er buitengewone omstandigheden zijn. Wanneer duizenden om hulp vragen en er slechts één enkele of in het geheel geen miss. arts is. Laat dan gerust de D. d. Woords en ieder ander optreden en doen, wat zijne hand vindt. Wie zou dit niet toejuichen ? Het omgekeerde laat zich ook denken. Iemand gaat uit als arts in dienst der Zending, doch komt op een terrein, waar de D. d. Woords voorloopig nog ontbreekt. Zoo iemand zal dan ook zoo goed mogelijk in dat gemis trachten te voorzien en dus wel eenigszins als Zendeling-arts fungeeren. Maar zulke overgang-toestanden en pionnierswerk beschouwen we toch niet als het normale en als de geordende toestand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's