1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 198
190 Doch laat mij voet bij stuk houden. Dat de missionaire arts, voortdurend studeeren moet, ook in de ziekten der tropen is nu wel duidelijk. Maar dat dit eigenlijk niet goedschiks kan geschieden, waar zooveel dagelijks werk, gewone medische studie en taaistudie, om den voorrang dringen, zal eveneens wel geen bestrijding vinden. De vraag is nu, wat hieraan te doen zij. Vooral voor den pas beginnenden missionairen arts is dit een vraag van hoog gewicht. Het gevaar bestaat toch, dat hij door de omstandigheden gedwongen te spoedig leert, zich er maar wat door heen te slaan, zonder eigenlijk grondig tot de studie der ziekten door te dringen. Gelukkig valt hier wel raad te schaffen. Vooreerst wordt van regeeringswege te Batavia een driemaandsche cursus gegeven in de tropische ziekten en hygiëne. Welnu, laat de a.s. missionaire arts, die zijn werk nog beginnen moet, toch niet verzuimen, dien cursus te gaan bijwonen. Hij doet daar een schat van kennis op, waar hij gedurende zijn geheele praktijk de voordeden van zal genieten. Zeg nu niet, ja maar die zieken kunnen daar niet op wachten, de dominee heeft er zijn handen te vol mee, heusch, wat zóó lang gewacht heeft, moet nog maar drie maanden langer wachten en bovendien spaart het later zoo verbazend veel tijd, als men van een en ander den slag al beet heeft en niet alles met schade en schande behoeft te leeren. Toch is zulk een cursus, hoe wel zoo praktisch mogelijk ingericht altijd nog min of meer „theoretisch onderricht" en daarom acht ik het in de tweede plaats wenschelijk, dat de jonge missionaire arts minstens een jaar gaat werken in één der bestaande zendingshospitalen. Hij krijgt daar geen lessen meer, maar eigen patiënten te onderzoeken en te behandelen. Echter kan hij te allen tijd hulp en voorlichting krijgen van den anderen collega, die tevens in dien eersten tijd een wakend oog houdt op zijn „wankelende eerste schreden". En nu is het een waarheid, dat geen lessen zoo goed werken als de lessen der ervaring, die in zulk een praktijk worden opgedaan. Men staat nu in eersten aanleg zelf voor de moeilijkheden en als men ze recht heeft leeren voelen, dan is de gelegenheid daar om voorlichting te zoeken. Dit helpt veel beter dan wanneer ons de zaken op school „voorgekauwd" worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's