1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 99
91 treffende sera tegen infektieziekten te bereiden, dan thans nog mogelijk is. Een algemeen anti-anaphylactisch serum zoude (ten minste in den zin redeneerende als FRIEDBERGER wil) reeds voldoende zijn, om de meest verschillende infecties te bestrijden. Doch de praktijk heeft waarlijk wel geleerd, dat de anti-sera streng specifiek moeten zijn vervaardigd, om daar mee ten minste eenig therapeutisch resultaat te kunnen verkrijgen. Dit is onze eerste tegenwerping. Volgens deze theorie overlijden patiënten, wanneer zij aan eenige infectie lijden, dan, als het anaphylatoxine zoo geconcenteerd is, dat het den (typischen) dood kan veroorzaken. Doch wanneer patiënten aan eenige infectie overlijden, kan men haast nooit het typische symptomenbeeld der doodelijke anaphylaxie waarnemen. En dit zoude toch moeten plaats vinden, indien het anaphylatoxine het doodelijke agens ware. Ook dit pleit dus tegen deze theorie. De ervaring heeft echter verder geleerd, dat er wel degelijk verschil is in toxische werking van levende en doode bakteriëngiften, want verwarmt men toxinen eenigen tijd, bijv. tot 60 C"., dan kan de giftige werking bijna geheel worden opgeheven. Spuit men zulke toxinen in, dan schaden ze niet of weinig. Ook is de temperatuur, waarbij verschillende toxinen hun giftige eigenschap verliezen, zeer ongelijk. Waaruit volgt, dat er noch één generaal toxine bestaat, noch dat het onverschillig (gleichgültig) is, of de toxinen amorph of nog georganiseerd zijn. Ook is het niet waar, dat het gif pas ontstaat, wanneer de bakteriën parenteraal in het lichaam zijn gekomen, want men kan toch ook de bakteriën toxinen laten afscheiden in een eenvoudige petri'sche schaal. En de giftigheid is eene inhaerente eigenschap der toxinen, en ontstaat niet pas door de inwerking der lichaamsvochten op de toxinen, want verwarmt men de toxinen, (zie boven), dan gaat de giftigheid verloren. Bovendien is FRIEDBERGER inconsequent, want het is hem uit alle zijne onderzoekingen gebleken, dat de anaphylaxie een streng specifiek verschijnsel is. Pas dan ontstaat anaphylaxie, wanneer men voor de her-injectie dat eiwit (dood of levend) gebruikt, 't welk voor de sensibilisatie gebruikt is. En nu zoude het anaphylatoxine, dat slechts langs specifieken weg ontstaat, ééne stof zijn en onder alle omstandigheden steeds dezelfde samenstelling be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's