1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118
110
den, die gewoonlijk gescheiden worden, hoewel men de grens tusschen die beide moeilijk kan trekken. Deze ondertijdperken heeten: tertiare of derde en quartaire of vierde tijdvak. De formaties der tertiaire periode zijn : eoceen, mioceen en plioceen, welke woorden ongeveer beteekenen : nieuw morgenrood, minder nieuw en meer nieuw; deze periode draagt ook wel den naam van tijdperk der zoogdieren. De andere onderperiode, het quartaire tijdvak, zou men ook wel de hedendaagsche of nieuwste geschiedenis der aardkorst kunnen noemen ; zij bevat twee formaties, n.l. diluvium, ook wel pleistoceen of nieuwste formatie geheeten, en alluvium of aangeslibde grond. * ^*
Een groot aantal dieren en planten, die in de oude geschiedenis der aardkorst leefden en die men in de aardlagen van dit primaire tijdvak gevonden heeft, zijn later uitgestorven. Wijl het ons plan niet is om eene schets der palaeontologie, der wetenschap van de oudste levende wezens te leveren, zullen we ons beperken tot eenige belangrijke uitgestorven geslachten en soorten. We noemen daarom van de uitgestorven dieren der primaire periode slechts: de hagedisachtigen proterosaurus en archegosaurus; de visschen pterichthys, cephalaspis en palaeoniscus; de koppootige weekdieren orthoceras en clymenia, de armpootige weekdieren spirifer, stringocephalus en productus ; de seraphimkreeft; de trilobieten en de graptolithen. De uitgestorven planten van dien tijd behooren bijna alle tot de cryptogamen, dat zijn die planten, welke geen bloemen voortbrengen, zooals wolfsklauwen, paardestaarten en varens; ook zijn er cycadeeën of palmvarens en conifeeren of naaldboomen gevonden. Tot de meestbekende uitgestorven plantengeslachten behooren: lepidodendron, sigillaria, calamites, psaronius, walchia. Het geslacht proterosaurus, bij Mansfeld en in Engeland gevonden, heeft eene lengte van ongeveer 1 meter en behoort tot de kruipende dieren ; evenwel komen de wervels met die der visschen overeen, aangezien zij biconcaaf, d.i. aan beide kanten hol zijn. De naam beteekent eerste hagedis. Tot de amphibiën of tweeslachtige dieren en wel tot de salamanders wordt gerekend de in 1844 bij Münsterappel in den Palts opgegraven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's