Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 133

2 minuten leestijd

1 '

j ' i i'

j

4i

125 dis, waarvan op kosten van den rijken Amerikaan PIERPONT MORGAN in het museum van nat. hist, te New-York een volledig geraamte opgesteld werd, dat men gevonden heeft in de juraformatie van Wyoming in Noord-Amerika. Dit dier heeft een naar evenredigheid zeer kleinen kop, een langen hals en de staart is ongeveer zoo lang als romp en hals samen, leder der vier pooten bezit 5 teenen en de achterpooten zijn slechts weinig langer dan de voorpooten. De brontosaurus gelijkt op eene reuzenslang, die op vier pooten rust. Nog grooter dan de brontosaurus was de diplodocus carnegiei, welks overblijfsels in vrij goed bewaarden toestand door den Amerikaanschen palaeontoloog O. C. MARSH in de juraformatie van Wyoming en Colorado gevonden werden. Op kosten van den rijken ANDREW CARNEGIE, den stichter van het vredespaleis in den Haag, werden de beenderen van dit dier ir elkaar gezet en het geraamte van dit monster in 't begin der 20ste eeuw in het Carnegie-museum te Pittsburg opgesteld. Een gipsafgietsel is o.a. te zien in het museum van nat. hist, te Londen. De diplodocus heeft eene lengte van 2b meter; zijn hals, die uit 15 wervels bestaat, is 6 meter, en zijn staart, die een groot aantal steeds dunner wordende wervels bevat, is 15 meter lang. Aan de borstwervels bevinden zich zeer groote doornsgewijze uitsteeksels. De schedel is plat en de hersenkas zeer klein. Eenige lange dunne tanden zitten voor in den bek. Het dier was ongeveer 5 meter hoog en bezat 4 pooten ieder met 5 teenen ; 3 teenen van eiken poot waren van klauwen voorzien. De levenswijze en houding van diplodocus kwam waarschijnlijk niet overeen met die van een groot plantenetend landdier, gelijk velen meenen, maar was eer die van een kruipend dier, dat goed zwemmen kon, een opgerichten hals bezat en zich met weekdieren, visschen, amphibiën enz. voedde. De merkwaardigste dieren der secondaire periode of van het mesozoïsche tijdvak zijn misschien wel de pterodactyli, ook pterosauria of vleugelhagedissen geheeten, die kenmerken van zoogdieren, kruipende dieren en vogels in zich vereenigen. Hunne wervels zijn, evenals die der hagedissen, aan de voorzijde hol en aan de achterzijde bol; hun lange hals staat loodrecht op den schedel, en bovendien hebben zij met de vogels een spitsen bek gemeen en holle met lucht gevulde beenderen ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's