1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 193
185 nog mocht overkomen aan ziekten of ongelukken voor rekening van den dokter!" Nog eens dus, geen al te groote verwachtingen ; maar toch hebben we hoop, dat iedere overwinning door ons op de doekoens als dokters, behaald, ook eenigszins zal bijdragen om hun overwicht in geestelijke zaken wat te breken. Vergeet niet dat de zelfde man, die medicijnen verkoopt, ook veelal in een reuk staat van wondermacht te bezitten en ook dikwijls geraadpleegd wordt met het oog op zijn voorbede en zegenspreuken, meer dan op zijn medicijnen. En als men toovermiddelen wenscht, die eigen geluk of anderer ongeluk en ziekte moeten bewerken, dan zoekt men die ook al weer aan het zelfde kantoor, 't Hangt alles samen met geestelijke duisternis der begrippen en daarom zie ik geestelijke winst in het verminderen van den invloed der doekoens. Zullen wij daarbij nu zeggen, 't beste is als we ook geloof voorwenden aan al die dingen, dan vertrouwen de zieken ons beter en komen eerder tot ons ? Och, als 't ons alleen te doen is om uit humaniteit zieken te helpen, waarom dan niet ? Maar als ons doel is om uit ware menschenliefde hen op te voeden tot hooger heil dan enkel 't lichamelijke, dan nooit of te nimmer. Om goed te begrijpen, waarom een Javaan dikwijls zoo onredelijk koppig kan zijn, zoo tegen beter raad en weten in zijn eigen weg gaat, onder betuigingen als: „ja mijnheer, u hebt gelijk, ik ben erg dom" en dergelijke antwoorden, die iemand uit zijn vel doen springen, daarvoor is kennis van zijn begrippen noodig, d. w. z. studie van het Animisme. Als een vader zijn kind brengt om onderzocht en behandeld te worden en dat kind schreeuwt en spartelt, slaat en trapt al vóór er nog iets gebeurt; als dan die vader er als geslagen, machteloos bij staat en ook niets, letterlijk niets doet om het kind tot de orde te roepen en ten slotte met tranen in de oogen weg gaat, omdat ik onmogelijk medicijn kon geven, daar ik geen gelegenheid kreeg om 't kind te onderzoeken, dan staan wij voor een raadsel. Zoo lang ik dacht, dat dit enkel apenliefde en ouderlijke zwakheid was, maakte ik mij dikwijls boos en liet mij zelfs af en toe verleiden om hem eens te laten zien, hoe of ik zelf bij mijn eigen kinderen zulke gevalletjes pleeg op te knappen. 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's