1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 195
187 vervolgd door groote kladders vies, rood speeksel, dat op zijn lichaam valt, zonder dat hij den dader kan uitvinden. Daar is dus de inktwerper ten uwent nog maar een stumpert bij. Nu geloof ik gaarne, dat dergelijke verhaaltjes uw lachlust opwekken of wel uw medelijden van wege het domme bijgeloof, dat er uit spreekt. Maar men moet leven onder een volk, dat er wel aan gelooft, evenals ook vele heele of halve hollanders, of wel men moet het proces-Darma onlangs gevolgd hebben om te zien, hoe machtig dit bijgeloof zich staande houdt ook daar, waar, naar men meent, voldoende kennis en beschaving is bij gebracht om er tegen in te gaan. En onwillekeurig gaat men zich afvragen of dit nu werkelijk alleen op bedrog of suggestie berust. Nu ontstaat er bij de bespreking van zulke zaken al spoedig de groote vraag, of dit alles langs natuurlijken weg te verklaren is, dan wel of er misschien bovennatuurlijke, demonische invloeden in het spel zijn. Daarom meen ik, dat het niet goed is, als de bestudeering van zulke vraagstukken geheel in handen van den theoloog blijft. Er komen factoren bij ter sprake, die de studie van den medicus vereischen om tot helderheid te komen. Persoonlijk krijg ik den indruk, dat de theoloog veel te spoedig geneigd is, om den invloed van suggestie te onderschatten en den invloed van booze geestelijke machten aan te nemen ; van bezetendheid in den zin der Schrift te spreken, waar de medicus niet anders ziet dan de gewone vormen van de zielsziekten, gewijzigd naar den aard en de dagelijksche gedachten wereld van het Javaansche volk. Omgekeerd zal de verklaring van den medicus naar der theologen oordeel allicht te materialistisch uitvallen. Nu schaadt alle eenzijdigheid en zullen naar mijn meening de studies van beiden elkander moeten aanvullen, om de slotsom te kunnen opmaken. Hier ligt dus nog een ruim veld van onderzoek, dat door den aard der dingen tot het eigenaardig terrein van de werkzaamheden van den missionairen arts te rekenen is. En dat de zending rechtstreeks en oogenblikkelijk het grootste belang kan krijgen bij zulke vraagstukken, is ons nog onlangs gebleken tijdens de ziekte van een onzer leerlingen, die aan zulke invloeden toegeschreven werd. Zonder de voorlichting
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's