1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 196
188 van den missionairen arts zouden in zulke gevallen wel eens zeer verkeerde maatregelen genomen kunnen worden, ten nadeele van het zendingswerk. Doch dit geval hoop ik u later wel eens toe te lichten, het voert nu te ver en het is ook nog niet genoeg bezonken om er objectief en bezadigd over te kunnen oordeelen. Met dit laatste voorbeeld van wat de missionaire arts te bestudeeren heeft kom ik ongemerkt aan het volgende punt van mijn betoog. Men gelieve zich dan te herinneren, dat ik naast elkaar stelde de studie van zendings-methoden en bezwaren alsmede de studie van het volksgeloof en van de nooden en behoeften van het arbeidsveld uit een geneeskundig oogpunt. Over dit laatste nog slechts een enkel woord. De jonge arts, die door het afleggen van zijn laatste examen zich den titel van „zeer ervaren heer" heeft veroverd, komt al spoedig tot de conclusie, dat hij mogelijk „zeer geleerd" mag zijn, maar dat zijn ervaring, eigen ervaring nl., nog nagenoeg nihil is. Hij moet nog beginnen, die ervaring op te doen in de praktijk en volgens het woord van een mijner zeer geachte leermeesters, is het maar gelukkig, dat hij in het begin gewoonlijk zóó weinig patiënten heeft, dat hij zijn gemis aan ervaring en routine kan trachten te vergoeden door voor alles ruim den tijd te nemen tot studie en onderzoek. Helaas, de missionaire arts kan in dat voorrecht niet deelen. Hem wacht ook bij den aanvang een zee van werk en dan maakt hij een moeilijke periode door. Hij gevoelt, dat hij eigenlijk maar enkele patiënten moest hebben en deze grondig bestudeeren, maar de eischen der praktijk brengen mee, dat hij er zich cordaat doorheen leert slaan, flink aanpakken en afwerken. Daarbij komt dan de zeer moeilijke taaistudie, die veel tijd eischt en zonder welke men het nooit verder brengt dan een veearts, die ook met zijn patiënten niet redeneeren kan. Waar nu onze taak niet ophoudt met het geven van een recept of verband, maar ons doel werkelijk is, het vertrouwen te winnen, daar gevoelt men dat er nog heel wat meer taalkennis gewenscht is, dan het weinige wat een dokter als zoodanig strikt noodig zou hebben. Die weinige woorden en zinnen, waarmee een dokter zich zoowat redden kan, och die zijn wel te leeren, Maar wil men met de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's