1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 204
196 als marionet fungeert, gesteld al dat ooit miss. predikanten zoo iets onredelijks zouden eischen. • Heb ik dus nu alles opgenoemd, wat ik niet bedoel en niet vrees, dan wordt het eindelijk wel tijd, om de weinige zaken te gaan bespreken, die ik als concessies beschouw aan 'tzendingsdoel gedaan. En dan weet ik strikt genomen slechts één belangrijk offer, dat de dokter moet brengen aan het zendingskarakter van zijn hospitaal. Ik bedoel dat hij in den regel moet afzien van de lijkopening, daar deze de menschen beslist zou afschrikken. Ik behoef te dezer plaatse hierover niet in bijzonderheden te treden. Genoeg zij het te constateeren, dat eenerzijds voor een dokter zeer gewenscht is, vooral in de tropen waar nog zooveel duistere gevallen zijn, om controle te oefenen op al zijn onderzoek en bespiegeling, door na den dood te zeggen : „wat 't oog verborgen bleef, zal 't mes nu openbaren". Anderzijds staat vast, dat een geregeld doen van lijkopening in alle gevallen waar dit uit een oogpunt van studie en wetenschap noodig blijkt, ongetwijfeld tot heftige tooneelen en tot verminderd bezoek van 't hospitaal zou leiden. Hier past het dus den miss. arts een offer te brengen. Hoe gaarne hij ook geregeld lijkopening zou doen, niet uit nieuwsgierigheid, maar om te leeren ten behoeve van zijn volgende patiënten, toch moet hij hiervan afzien in het belang van den bloei van 't ziekenhuis. Slechts bij hooge uitzondering, bij een opeenhooping van soortgelijke duistere gevallen of wanneer het gebeuren kan zonder dat de familie het merkt of als er geen familie is, wordt door ons lijkopening gedaan. Dit is en blijft een offer. Maar ook hierbij vergete men niet, dat een Zendingshospitaal niet in de eerste plaats is een instituut tot het bestudeeren- van tropische ziekten. Verder bedenke men, dat niet alleen de miss. arts maar ook de gewone praktiseerende geneesheer zich dezelfde beperking moet opleggen. Wat zou er van de praktijk overblijven als men telkens op obductie aandrong? En ten slotte is het toch eigenlijk nog meer een offer aan de opvattingen der Javanen, dan wel aan de zendings opvattingen. M. a. w. in ieder hospitaal waar men, om welke reden dan ook, gesteld is op een groot aantal lijders, zal de obductie maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's