1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158
150
vieesch, ook van het vet en de melk dezer dieren, die zij schorsdieren noemden, wijl hunne huid op boomschors geleek. Toen het bestaan dezer zeekoeien aan walvischvaarders en robbenjagers bekend werd, werd er op zulk eene ontzettende wijze jacht op gemaakt, dat het in den tijd van ruim 25 jaren den mensch gelukte om dit zoo nuttige dier van de aarde te verdelgen. In 1768 was noch een levend exemplaar, noch een geraamte meer te verkrijgen, hoewel de bewoners der Aleoeten beweren nog in 1854 eene levende Stellersche zeekoe gezien te hebben. Gelukkig werd in 1845 op een eenzaam eiland een volledige schedel gevonden, en verzamelde de Zweedsche geleerde en ontdekkingsreiziger N. A. E. NORDENSKIÖLD (1832— 1901) in 1879 op het Bering-eiland nog een aantal beenderen van het dier, waaruit later verschillende volledige geraamten konden worden geconstrueerd. Sommige geleerden zijn van meening, dat de zeekoe van STELLER misschien nog niet geheel uitgeroeid zou zijn, maar zich in de Noordelijke ijszee ten N. der Beringstraat zou hebben teruggetrokken. Ook wij koesteren deze hoop en besluiten hiermede dit opstel. Kampen.
W. H. NIEUWHIMS.
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's