1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114
106 Hier zijn het echter dikwijls geheele soorten, die verdwenen en verdwijnen en eene leegte achterlaten, die wij gewoonlijk wel niet bespeuren, doch waarvan de gevolgen voorzeker niet geheel gelijk nul mogen gesteld worden. Hierbij moet men in het oog houden, dat planten en dieren eene langere geschiedenis op aarde hebben doorloopen dan de mensch, die in elk geval niet voor de tertiaire periode optreedt, terwijl men de historie der aardsche flora en fauna vervolgen kan door al de aardlagen, ook der secundaire en primaire periode tot zelfs aan de azoïsche, d. i. geen organische wezens bevattende graniet- en gneiskorst, die het inwendige der aarde voor ons verbergt. Het aantal bekende levende dierensoorten bedraagt ruim 400000; van de nu aanwezige plantensoorten zijn er thans ongeveer 300000 bekend. Er zijn echter in den loop der tijden duizenden bij duizenden soorten van planten en dieren uitgestorven. Voorzoover zulks in voorhistorische tijden is geschied, kennen wij daarvan de oorzaken niet; in den historischen tijd heeft de mensch meestal daartoe medegewerkt en wil het woord uitgestorven veelal niets anders zeggen dan door den mensch uitgeroeid. Van de laatstbedoelde, door den mensch verdelgde organische wezens bezit men gewoonlijk nog teekeningen of beschrijvingen ; dikwijls ook zijn daarvan nog opgezette exemplaren of volledige geraamten in de musea aanwezig en kent men de woonplaats en de levenswijze dier verdwenen planten en dieren. De eerstgenoemde daarentegen, die voor hel^optreden van den mensch en zonder zijn toedoen zijn uitgestorven, vindt men ten deele terug in de lagen der aardkorst, waaruit zij moeten worden opgegraven; hunne overblijfselen heeten daarom fossielen. Men begrijpt gemakkelijk, dat deze fossielen slechts zeer zelden in ongeschonden toestand worden opgedolven; meestal zijn zij in elkaar gedrukt, verbrokkeld en verbrijzeld en zijn de stukken verstrooid en slechts met moeite erkenbaar. Het komt zelfs voor, dat men in 't geheel niet meer in staat is om te zeggen of een in de aardlagen gevonden voorwerp tot de organische wereld of tot het onbewerktuigde of anorganische rijk moet gerekend worden. Een merkwaardig voorbeeld hiervan is het gesteente, dat men in eene te midden van het laurentiale gneis gelegen kalksteenlaag der zoogenaamde azoïsche of archaeïsche, d. i. allereerste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's