Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 106

2 minuten leestijd

98 zelf dus slechts chemische mechanismen zijn, kan er voor ons dan nog een ethiek bestaan ? L.'s antwoord luidt: onze instincten vormen den wortel onzer ethiek en die instincten zijn erfelijk als de vorm van ons lichaam. „Die Mutter liebt ihre Kinder und pflegt dieselben, nicht, weil Metaphysiker den Einfall haften, dass das schön sei, sondern weil der Instinkt der Brutpflege ebenso fest bestimmt ist wie die morphologischen Charaktere des weiblichen Körpers." J. F. R. SVANTEARRHENIUS, „Das Weltali:' (Vortrag gehalten aitf dem Ersten MonistenKongresse).

Schr. begint met een kort historisch overzicht van de vroegere opvattingen over den cosmos. Van het geloof der ouden, die de aarde als het centrum beschouwden, waaromheen zich de hemellichamen bewegen, is weinig overgebleven. Wel wordt nog vrij veel aangenomen, dat de zon eene centrale plaats in het heelal inneemt. Hiertegen pleit, dat de zon niet, zooals men vroeger meende, het grootste hemellichaam is, maar een ster van gemiddelde grootte (KAPTEIJN ; Arcturus is b.v. tienduizenden maal grooter) en 2^ beweegt de zon zich met eene snelheid van 20 K.M. per sec, zoodat zij de ingenomen centrale plaats zal verlaten. Toch namen tot voor kort de meeste astronomen aan, dat de zon met andere gele sterren eene centrale plaats in het melkwegsysteem heeft en dit systeem zelf zou een eiland zijn in de oneindige aetherzee. Men redeneerde n.l. zoo : stel, dat de sterren gelijkmatig in het heelal verdeeld zijn, dan kan men zich om de zon als centrum bollen beschrijven van steeds grooter straal. De hoeveelheid licht, die elk der gevormde bolschillen dan geeft, is precies gelijk, want het aantal sterren in de opeenvolgende schillen neemt toe in dezelfde reden als de hoeveelh. licht, die elke ster ons geeft, afneemt. Het aantal schillen kan men oneindig stellen, dus dan zullen wij ook eene oneindige hoeveelheid licht ontvangen van de sterren. Daar dit met de dagelijksche ervaring strijdt, nam men aan, dat de sterren rondom de zon sterker geconcentreerd zijn en verder 9f in aantal afnemen, Onze hemellichamen zouden dan samen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 106

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's