1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59
51 en magische kunsten, gebaseerd op. deri grondslag der Moorsche wetenschap. De ontwikkeling dezer „occulte philosophie" was oorzaak van de ontwikkeling der magie, maar de kritiek later uitgeoefend op de occulte philosophie door de wetenschap, bracht de doodsteek toe aan de tooverkunst. De wetenschap zag in, dat alleen die magische kunsten waarde hadden, die berusten op eene aanwending van natuurkrachten. De groote ontdekkingen op sterrenkundig en natuurkundig gebied in dien tijd waren wel in staat om te doen begrijpen, dat alles naar vaste wetten gaat en niet naar de grillen van heksen c. s. Niet minder afbreuk werd de magie aangedaan door de Hervorming. Ook al mag LUTHER soms nog gemeend hebben zich te moeten verweren tegen een persoonlijken vleeschelijken duivel, de Hervormers, kan men zeggen, leerden den strijd weer aanbinden tegen de geestelijke werkingen van den duivel in ons, en dat niet met magische middelen, maar ook niet met gewijde amuletten of reliquien, maar door gebruik te maken van de wapenrusting door den apostel Paulus ons beschreven in Epheze 6. Wel was het ook in de Protestantsche landen nog niet direct uit met de heksenprocessen, maar uit den aard der zaak moesten ze daar toch spoedig verdwijnen. In onze dagen wordt er ook nog meer aan tooverij geloofd, dan men wel zou vermoeden, en de geheimzinnige kracht van amuletten wordt nog maar al te veel gebruikt, ook onder meer ontwikkelden. Het geloof aan het bestaan van onzichtbare machten, die hun invloed doen gelden op ons leven, duikt telkens weer in andere vormen op en schijnt onuitroeibaar. De rol, die het plantenrijk in de rij der toovermiddelen heeft gespeeld, leert men het best kennen uit de boeken van GRIMM, MANNHARDT, MEYER ') e. a. die alle mogelijk materiaal op dit terrein verzamelden. Dit is o. a. in het Nederlandsch gedaan door Baron SLOET in zijn : „Het volksgeloof aan het bovennatuurlijke in het rijk der planten", waarin men eene heele lijst vindt van planten, die het middelpunt vormen van wereldsche sagen of christelijke legenden en een groot aantal geheimzinnige krachten bezitten. •-) Zeer vaak ook worden de planten als 1) E. H. Meyer: Der deufsche Volksaberglatibe der Gegenwart. 1900. 2) Beknopt is o. a. ook Dr. F. Söhns: Unsere Pflanzen (Ihre Namenserklarung iiiid ihre Stelhing iii der Mylhologic tind im Volksaberglaubeii). 1899.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's